Welke jaren teruggave box 3?
Welke jaren teruggave box 3?
Teruggave of compensatie voor de box 3-heffing geldt voor de belastingjaren 2017 tot en met 2022. Dit rechtsherstel is ingegeven door uitspraken van de Hoge Raad en is van toepassing op belastingplichtigen die in deze jaren te veel belasting over hun vermogen hebben betaald. Vanaf de zomer van 2025 kunnen veel belastingplichtigen een verzoek indienen om de overbetaalde belasting met terugwerkende kracht tot 2017 terug te ontvangen, indien het fictieve rendement hoger was dan het werkelijke rendement.
Het recht op teruggave vloeit voort uit het zogenaamde kerstarrest van de Hoge Raad, dat leidde tot de Wet rechtsherstel box 3. Deze wet heeft als doel de box 3-heffing, die gebaseerd was op forfaitaire rendementen, meer in lijn te brengen met de werkelijke vermogensopbouw. De herstelwet is met terugwerkende kracht van toepassing op de belastingjaren 2017 tot en met 2022.
De mogelijkheid tot teruggave of compensatie kent verschillende fasen en voorwaarden, afhankelijk van het belastingjaar en of u bezwaar had gemaakt:
- Belastingjaren 2017 tot en met 2020: Voor deze jaren is rechtsherstel vereist door de teruggave van ten onrechte geheven box 3-belasting. Belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt tegen hun aanslag voor deze jaren, kregen al eerder een terugbetaling. Voor belastingplichtigen met een definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 geldt aanvullend rechtsherstel.
- Belastingjaren 2021 en 2022: Ook voor deze jaren geldt het rechtsherstel, waarbij de basis van de box 3-heffing (het vaste spaarsysteem) moest leiden tot een lagere belasting dan de oorspronkelijke heffing. Dit aanvullend rechtsherstel geldt voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen.
- Verzoek om teruggaaf vanaf zomer 2025: Vanaf de zomer van 2025 kunnen belastingplichtigen een verzoek indienen voor teruggaaf van te veel betaalde box 3-belasting, met terugwerkende kracht tot 2017. Dit is mogelijk op basis van de 'Box 3 Counter Evidence Bill' van 14 maart 2025. De cruciale voorwaarde hiervoor is dat het fictieve rendement waarop de belasting is berekend, hoger was dan het werkelijke rendement op uw vermogen.
De Belastingdienst keert de potentiële belastingteruggave uit op de bankrekening van de belastingplichtige. Dit proces zal naar verwachting plaatsvinden van eind 2025 tot begin 2026, nadat een formulier is ingediend en de aanslag definitief is vastgesteld.
Rekenvoorbeeld voor teruggave box 3:
Stel, een belastingplichtige had in 2018 een vermogen van €100.000 in box 3. De box 3-heffing werd destijds berekend op basis van een forfaitair rendement. Als dit fictieve rendement bijvoorbeeld 2,5% bedroeg, terwijl het werkelijke rendement op dit vermogen slechts 0,5% was, dan is er een verschil van 2% over het vermogen waarop te veel belasting is geheven. Over dit verschil van €2.000 (€100.000 2%) wordt de teruggave berekend. De uiteindelijke hoogte van de teruggave is afhankelijk van de exacte box 3-tarieven en vrijstellingen die in 2018 van toepassing waren, maar het illustreert hoe het verschil tussen fictief en werkelijk rendement de basis vormt voor het rechtsherstel.
Om inzicht te krijgen in een mogelijke teruggave, kunt u gebruikmaken van een Box 3-belastingcheck. Dit helpt u te bepalen of u in aanmerking komt voor teruggave en voor welke jaren.