Welke jaren rechtsherstel box 3?
Welke jaren rechtsherstel box 3?
Het rechtsherstel voor box 3 is van toepassing op de belastingjaren 2017 tot en met 2022. Dit herstel is ingevoerd om belastingplichtigen te compenseren die te veel belasting hebben betaald over hun spaargeld en beleggingen in box 3. Het Besluit rechtsherstel box 3, dat in werking trad op 28 juni 2022, regelt dit voor de genoemde periode en is gericht op het terugbetalen van onrechtmatig geheven box 3-belasting.
De aanleiding voor het rechtsherstel was een uitspraak van de Hoge Raad, die oordeelde dat de box 3-heffing op basis van een forfaitair rendement in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als reactie hierop heeft de overheid de Wet rechtsherstel box 3 (ook wel de Herstelwet genoemd) geïntroduceerd. Deze wet en het bijbehorende Besluit rechtsherstel box 3 bieden een regeling voor belastingplichtigen om compensatie te ontvangen.
De toepassing van het rechtsherstel kent nuances, afhankelijk van het belastingjaar en de situatie van de belastingplichtige. Een belangrijk onderscheid is te maken tussen de jaren die onder de massale bezwaarprocedure vielen en de latere jaren:
- Belastingjaren 2017 tot en met 2020: Voor deze jaren gold het rechtsherstel aanvankelijk voor belastingplichtigen die tijdig bezwaar hadden gemaakt tegen hun aanslag, de zogenaamde "massaal bezwaarmakers". Later is dit uitgebreid met aanvullend rechtsherstel voor alle belastingplichtigen waarvan de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond en die box 3-inkomen hadden.
- Belastingjaren 2021 en 2022: Voor deze jaren geldt het aanvullend rechtsherstel voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen. De Belastingdienst past het rechtsherstel automatisch toe als dit voordeliger is voor de belastingplichtige, zonder dat hiervoor bezwaar gemaakt hoeft te worden.
Voor belastingjaren vóór 2017 wordt rechtsherstel alleen verleend in zeer specifieke gevallen, namelijk indien de heffing een individuele buitensporige last oplevert voor de belastingplichtige. Dit betekent dat de drempel voor compensatie voor deze eerdere jaren aanzienlijk hoger ligt en een individuele beoordeling vereist.
Het rechtsherstel houdt in dat de box 3-heffing wordt berekend op basis van een fictief rendement dat beter aansluit bij de werkelijke verdeling van vermogen over spaargeld, overige bezittingen en schulden. Dit leidt vaak tot een lagere belastingaanslag dan onder het oude systeem. De Belastingdienst is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit herstel en het terugbetalen van te veel betaalde belasting.
Rekenvoorbeeld voor belastingjaar 2018:
Stel, een belastingplichtige had in 2018 een vermogen van €150.000 in box 3. Onder het oorspronkelijke box 3-systeem werd een vast forfaitair rendement verondersteld over het totale vermogen, wat leidde tot een belastingaanslag van bijvoorbeeld €1.800. Deze belastingplichtige heeft dit bedrag betaald.
Na toepassing van het rechtsherstel, waarbij de Belastingdienst een nieuwe berekening maakt op basis van de werkelijke samenstelling van het vermogen (zoals spaargeld en beleggingen) en daarvoor vastgestelde, lagere fictieve rendementen voor spaargeld, blijkt de verschuldigde belasting lager uit te vallen. Stel dat de herziene belastingaanslag op basis van het rechtsherstel €900 bedraagt.
In dit geval heeft de belastingplichtige oorspronkelijk €1.800 betaald en zou deze nu €900 moeten betalen. Het verschil van €900 (€1.800 - €900) wordt dan door de Belastingdienst terugbetaald als onderdeel van het rechtsherstel.
Voor actuele informatie over de voortgang van het rechtsherstel en de specifieke voorwaarden per belastingjaar, kunt u de officiële communicatie van de Belastingdienst raadplegen. Voor meer algemene informatie over box 3, bezoek onze pagina over box 3.