Hoeveel belasting betaal je over je aandelen?
Hoeveel belasting betaal je over je aandelen?
Aandelen worden in Nederland belast in box 3, de categorie inkomen uit sparen en beleggen. De belasting hierover bedraagt 36% over een forfaitair rendement dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt, en niet over het werkelijke rendement of de waarde van de aandelen zelf. Deze belasting wordt alleen geheven over het vermogen dat boven het heffingsvrij vermogen uitkomt.
Aandelen die u bezit vallen in Nederland onder de inkomstenbelasting in box 3, ook wel bekend als inkomen uit sparen en beleggen. Dit betekent dat u belasting betaalt over een verondersteld rendement op uw vermogen, en niet direct over de waardestijging van uw aandelen of de ontvangen dividenden. Volgens belastingdienst.nl wordt het box 3-inkomen belast over een forfaitair rendement.
De Belastingdienst hanteert hiervoor een methode met een fictief rendement. Dit fictieve rendement wordt berekend over de waarde van uw bezittingen op 1 januari van het belastingjaar. Sinds 2021 gebruikt de Belastingdienst een nieuwe rekenmethode, waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijke verdeling van uw spaargeld en beleggingen. Het idee is dat dit rendement dichter bij de werkelijkheid ligt, hoewel het nog steeds een vast, fictief percentage is dat jaarlijks wordt aangepast.
U betaalt pas belasting in box 3 als uw totale vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Het heffingsvrij vermogen is een bedrag waarover u geen belasting betaalt. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld door de Belastingdienst. Het belastingtarief over het berekende forfaitaire rendement bedraagt 36% in 2026.
Om te illustreren hoe de belasting over aandelen in box 3 werkt, nemen we een rekenvoorbeeld voor 2026. Let op: de percentages voor het fictief rendement en het heffingsvrij vermogen zijn voorbeeldbedragen en worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld. Voor dit voorbeeld gebruiken we de volgende fictieve percentages en een heffingsvrij vermogen:
- Heffingsvrij vermogen: € 57.000 per persoon (voor fiscaal partners geldt het dubbele).
- Fictief rendement op spaargeld: 1,03% (laag risico).
- Fictief rendement op beleggingen (waaronder aandelen): 6,04% (hoger risico).
Stel, u bent alleenstaand en uw vermogen op 1 januari 2026 bestaat uit:
- Spaargeld: € 20.000
- Aandelen: € 100.000
- Totaal vermogen: € 120.000
De berekening verloopt dan als volgt:
- Vermogen boven heffingsvrij vermogen:
€ 120.000 (totaal vermogen) - € 57.000 (heffingsvrij vermogen) = € 63.000 (belastbaar vermogen). - Verdeling van het belastbare vermogen over spaargeld en beleggingen:
De Belastingdienst kijkt naar de werkelijke verhouding van uw spaargeld en beleggingen in uw totale vermogen.- Percentage spaargeld: (€ 20.000 / € 120.000) 100% = 16,67%
- Percentage beleggingen: (€ 100.000 / € 120.000) 100% = 83,33%
Dit percentage wordt toegepast op het belastbare vermogen van € 63.000:
- Deel belastbaar vermogen toegerekend aan spaargeld: 16,67% van € 63.000 = € 10.502,10
- Deel belastbaar vermogen toegerekend aan beleggingen: 83,33% van € 63.000 = € 52.497,90
- Berekening van het fictief rendement:
- Fictief rendement op spaargelddeel: € 10.502,10 1,03% = € 108,17
- Fictief rendement op beleggingsdeel: € 52.497,90 6,04% = € 3.170,87
- Totaal fictief rendement: € 108,17 + € 3.170,87 = € 3.279,04
- Berekening van de box 3-belasting:
Over dit totale fictieve rendement betaalt u 36% belasting.
€ 3.279,04 36% = € 1.180,45.
In dit voorbeeld betaalt u dus € 1.180,45 belasting over uw aandelen en spaargeld in box 3 voor het jaar 2026.
Sinds 1 juli 2025 is het mogelijk om te veel betaalde belasting in box 3 terug te vragen via de Wet tegenbewijsregeling box 3. Dit is relevant als uw werkelijke rendement op uw beleggingen lager was dan het fictieve rendement dat de Belastingdienst heeft berekend. U kunt dan uw werkelijke rendement opgeven met het formulier 'Opgaaf werkelijk rendement'. Deze regeling biedt een vangnet voor belastingplichtigen wiens werkelijke rendement aanzienlijk afwijkt van het forfaitaire rendement, en zorgt ervoor dat de belastingheffing dichter bij de werkelijke draagkracht komt te liggen.