Wat gebeurt er met aandelen tijdens stagflatie?
Wat gebeurt er met aandelen tijdens stagflatie?
Tijdens een periode van stagflatie reageren aandelenmarkten negatief, waarbij beleggers weinig plezier beleven aan de brede markt vanwege een zwakker economisch klimaat en risicoaversie. Stagflatie, een combinatie van stagnerende economische groei en hoge inflatie, creëert een uitdagende omgeving voor veel beursgenoteerde bedrijven, wat leidt tot een algemene daling van de koopkracht van aandelen.
Stagflatie kenmerkt zich door een zwakker economisch klimaat, wat de winstgevendheid van bedrijven onder druk zet. Tegelijkertijd zorgt de hoge inflatie voor stijgende kosten voor grondstoffen, arbeid en energie, terwijl de vraag van consumenten afneemt door de stagnerende economie. Deze combinatie leidt tot risicoaversie bij beleggers, die hun kapitaal vaak terugtrekken uit risicovollere activa zoals aandelen.
Historische periodes van stagflatie bevestigen dit beeld. Tijdens de stagflatieperiode van de jaren zeventig beleefden beleggers weinig plezier aan aandelen. De S&P500-index, een belangrijke graadmeter voor de Amerikaanse aandelenmarkt, verloor in die periode gemiddeld 1,5% aan koopkracht. Dit toont aan dat de brede markt in dergelijke omstandigheden moeite heeft om waarde te behouden.
Het is echter een misvatting dat alle aandelen even slecht presteren tijdens stagflatie. De impact van stagflatie op beursgenoteerde bedrijven is wisselend, waarbij sommige sectoren en specifieke aandelen juist veerkracht tonen of zelfs beter presteren. Dit komt doordat bepaalde bedrijven beter bestand zijn tegen de economische tegenwind of zelfs profiteren van de omstandigheden.
Defensieve sectoren, die minder gevoelig zijn voor economische schommelingen, doen het beter dan cyclische sectoren. Dit zijn de sectoren die vaak als veilige haven worden gezien:
- Gezondheidszorg: De vraag naar gezondheidszorg blijft relatief stabiel, ongeacht de economische situatie.
- Basisconsumptiegoederen: Bedrijven die essentiële producten leveren (voedsel, drank, huishoudelijke artikelen) zien een constante vraag.
- Nutsbedrijven: Diensten zoals water, gas en elektriciteit zijn onmisbaar en de vraag hiernaar is consistent.
- Energie: Energieproducenten en mijnbouwbedrijven profiteren vaak van stijgende grondstofprijzen, wat een kenmerk is van inflatie tijdens stagflatie.
Aan de andere kant zijn er sectoren die het minder goed doen tijdens stagflatie, omdat hun winstgevendheid sterk afhankelijk is van een bloeiende economie en consumentenbestedingen:
- Industrie: Bedrijven in de industriële sector zijn gevoelig voor een afnemende vraag en stijgende productiekosten.
- Vastgoed: Een zwakke economie en hogere rentetarieven kunnen de vastgoedmarkt onder druk zetten.
- Financiële instellingen: Banken en andere financiële dienstverleners kunnen lijden onder een afnemende kredietvraag en hogere wanbetalingen.
- Technologie: Hoewel de technologiesector divers is, zijn veel techbedrijven gevoelig voor verminderde investeringen en consumentenuitgaven.
Een opvallende factor die het verschil maakte voor aandeelhouders tijdens stagflatie zijn dividenden. Aandelen met een aantrekkelijk dividend hielden zich goed staande. Het rendement van deze dividendaandelen was zelfs twee keer zo hoog als het beursgemiddelde gedurende periodes van stagflatie. Dit onderstreept het belang van inkomsten uit dividend als compensatie voor een stagnerende koersontwikkeling in een uitdagende marktomgeving. Voor meer informatie over beleggen in uitdagende markten, lees onze gids over beleggen tijdens inflatie.