Hoeveel belasting betaal je over 200.000 euro spaargeld?
Hoeveel belasting betaal je over 200.000 euro spaargeld?
Over 200.000 euro spaargeld betaal je in 2026 657 euro belasting in box 3, uitgaande van de laatst bekende vrijstelling en het fictieve rendement voor spaargeld. Dit bedrag is gebaseerd op een indicatief heffingsvrij vermogen van 57.500 euro en een forfaitair rendement van 1,28% over het resterende bedrag, belast tegen het huidige tarief van 36%.
De belasting in box 3, ook wel vermogensbelasting genoemd, werkt met een systeem van een fictief rendement. Dit betekent dat de Belastingdienst niet kijkt naar de daadwerkelijk ontvangen rente op je spaargeld, maar naar een vastgesteld percentage dat je geacht wordt te behalen. Over dit fictieve rendement betaal je vervolgens belasting. Er geldt een heffingsvrij vermogen, wat inhoudt dat een deel van je spaargeld en andere bezittingen vrijgesteld is van belasting.
Voor een alleenstaande met 200.000 euro spaargeld in 2026 kan de geschatte belasting als volgt worden berekend:
- Stap 1: Bepaal het heffingsvrij vermogen. Voor een alleenstaande was dit in 2025 57.500 euro. Hoewel het exacte bedrag voor 2026 nog definitief moet worden vastgesteld, gebruiken we dit als indicatie.
- Stap 2: Bereken de grondslag sparen en beleggen. Dit is het deel van je vermogen waarover je belasting betaalt. Je trekt het heffingsvrije vermogen af van je totale spaargeld: 200.000 euro (spaargeld) - 57.500 euro (indicatief heffingsvrij vermogen) = 142.500 euro.
- Stap 3: Bereken het forfaitaire rendement over spaargeld. Voor 2026 is het forfaitaire rendement op spaargeld vastgesteld op 1,28%. Dit percentage wordt toegepast op de grondslag sparen en beleggen: 142.500 euro × 1,28% = 1.824 euro.
- Stap 4: Bereken de verschuldigde belasting. Het belastingtarief in box 3 is momenteel 36% (dit was het tarief in 2024 en 2025 en wordt hier als uitgangspunt genomen voor 2026). De belasting bedraagt dan: 1.824 euro × 36% = 656,64 euro.
De belasting over 200.000 euro spaargeld voor een alleenstaande in 2026 is daarmee 657 euro.
Fiscaal partnerschap heeft invloed op de belasting in box 3, aangezien het gezamenlijke heffingsvrije vermogen verdubbelt. Dit betekent dat fiscale partners samen een groter deel van hun vermogen belastingvrij mogen bezitten. Stel dat jij en je fiscaal partner samen 200.000 euro spaargeld hebben en geen ander vermogen.
- Het indicatieve heffingsvrije vermogen voor fiscale partners is dan 2 × 57.500 euro = 115.000 euro.
- De grondslag sparen en beleggen wordt dan: 200.000 euro - 115.000 euro = 85.000 euro.
- Het forfaitaire rendement: 85.000 euro × 1,28% = 1.088 euro.
- De belasting: 1.088 euro × 36% = 391,68 euro.
In dit scenario betaal je als fiscale partners samen 392 euro belasting over 200.000 euro spaargeld, wat aanzienlijk lager is dan voor een alleenstaande.
Niet al het vermogen wordt op dezelfde manier belast. Groene beleggingen en spaartegoeden kunnen onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld zijn van belasting in box 3, of een extra vrijstelling genieten. Door strategisch gebruik te maken van dergelijke mogelijkheden, kan de belastingdruk op een vermogen van 200.000 euro aanzienlijk worden verlaagd, soms tot slechts enkele euro's, in plaats van de berekende honderden euro's.
De exacte bedragen voor het heffingsvrije vermogen en de forfaitaire rendementspercentages worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld. Het heffingsvrije vermogen is de afgelopen jaren gestegen van 57.000 euro in 2024 naar 57.500 euro in 2025 voor een alleenstaande. Voor de meest actuele en definitieve cijfers voor 2026 is het raadzaam de publicaties van de Belastingdienst te raadplegen. Meer informatie over belastingvoordelen bij groene beleggingen vind je op de website van de Belastingdienst.