Welke beleggingen doen het goed bij stijgende rentetarieven?
Welke beleggingen doen het goed bij stijgende rentetarieven?
Beleggingen die beter presteren bij stijgende rentetarieven omvatten financiële bedrijven, verzekeraars en nieuwe vastrentende waarden. Deze sectoren profiteren doordat hun bedrijfsmodellen direct of indirect gekoppeld zijn aan de renteontwikkeling. De recente periode voor 2023 toonde bijvoorbeeld aan dat banken profiteerden van hogere nettorentemarges, wat hun winstgevendheid ten goede kwam.
Wanneer de rente stijgt, worden financiële bedrijven, zoals banken, begunstigd. Dit komt doordat zij meer verdienen aan de leningen die zij verstrekken dan zij betalen over spaargelden, wat resulteert in hogere nettorentemarges. Verzekeraars profiteren eveneens, omdat zij hogere premies kunnen vragen en hun beleggingsopbrengsten toenemen door de hogere rente op hun reserves.
Vastrentende waarden, zoals obligaties, worden bij hogere rentetarieven interessanter om in te beleggen. Dit geldt echter voornamelijk voor nieuwe vastrentende waarden. Oudere obligaties met een lagere couponrente worden minder aantrekkelijk, wat kan leiden tot een daling van hun marktwaarde. Beleggers kunnen dan kiezen voor nieuwe obligaties die een hoger rendement bieden. Dit creëert een verschuiving in de aantrekkelijkheid van verschillende vastrentende instrumenten.
Een concreet voorbeeld illustreert dit effect. Stel, een belegger overweegt een obligatie van €1.000 met een looptijd van vijf jaar. Toen de rente laag was, bijvoorbeeld 1%, leverde deze obligatie jaarlijks €10 op. Stijgt de rente nu naar 3% voor nieuwe obligaties met vergelijkbare looptijd en risico, dan wordt een nieuwe obligatie van €1.000 aantrekkelijker. Deze nieuwe obligatie zou jaarlijks €30 opleveren, waardoor de oudere obligatie met 1% coupon minder aantrekkelijk wordt in de markt. De prijs van de oudere obligatie zal waarschijnlijk dalen om het rendement te compenseren, terwijl het verschil van €20 per jaar de nieuwe vastrentende waarde duidelijk interessanter maakt voor beleggers.
Hoewel veel beleggers denken dat stijgende rentes per definitie slecht zijn voor alle vastrentende waarden, is dit genuanceerder. Nieuwe vastrentende waarden worden juist aantrekkelijker door de hogere couponrentes die ze bieden. De uitdaging zit in de waardering van bestaande vastrentende waarden die zijn uitgegeven toen de rentes lager waren.
Daarnaast kunnen stijgende rentetarieven ook nadelige effecten hebben op bepaalde beleggingen. Zo leiden hogere rentes tot hogere financieringskosten voor bedrijven, wat hun netto investeringsinkomsten kan verlagen. Ook kunnen dividendbeleggingen minder aantrekkelijk worden in vergelijking met de hogere rendementen die vastrentende investeringen dan bieden, omdat het risico-rendementsprofiel verandert.
Samengevat zijn de beleggingscategorieën die profiteren van stijgende rentetarieven:
- Financiële bedrijven: Banken profiteren van hogere nettorentemarges.
- Verzekeraars: Zij kunnen hogere premies innen en behalen hogere beleggingsopbrengsten op hun reserves.
- Nieuwe vastrentende waarden: Obligaties en andere vastrentende producten die worden uitgegeven na de rentestijging bieden hogere couponrentes, waardoor ze aantrekkelijker worden voor beleggers.