Hoe worden beleggingen belast in een BV?
Hoe worden beleggingen belast in een BV?
Beleggingen binnen een BV worden fiscaal belast in twee afzonderlijke fasen. Eerst betaalt de BV vennootschapsbelasting over alle behaalde rendementen en vermogenswinsten. Vervolgens wordt er belasting geheven wanneer de winst uit de BV wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders in de vorm van dividend. De vennootschapsbelasting kent een progressief tarief en dividenduitkeringen vallen onder de inkomstenbelasting in Box 2.
De belastingheffing op beleggingen in een BV vindt plaats op twee cruciale momenten:
- Vennootschapsbelasting (VPB): De BV betaalt vennootschapsbelasting over de winst die wordt behaald uit de beleggingen. Dit omvat alle inkomsten zoals ontvangen rente, dividenden en gerealiseerde koerswinsten uit de verkoop van beleggingen. Deze beleggingsinkomsten worden gezien als onderdeel van de totale bedrijfswinst van de BV. De vennootschapsbelasting kent in Nederland twee tarieven: een laag tarief voor winsten tot een bepaalde grens en een hoger tarief voor winsten daarboven. Voor 2024 bedraagt het lage tarief 19% over de eerste €200.000 winst en het hoge tarief 25,8% over het meerdere. Kosten die direct verband houden met de beleggingsactiviteiten, zoals beheerkosten, transactiekosten en advieskosten, zijn in principe aftrekbaar van de winst, wat de belastbare winst verlaagt.
- Dividendbelasting en Inkomstenbelasting (Box 2): Dit tweede belastingmoment treedt op wanneer de BV besluit om de na VPB overgebleven winst uit te keren aan haar aandeelhouders. Bij een dergelijke dividenduitkering houdt de BV eerst dividendbelasting in, die een voorheffing is op de inkomstenbelasting. Vervolgens dient de aandeelhouder, indien deze een aanmerkelijk belang heeft in de BV (dit is meestal het geval bij een DGA, die 5% of meer van de aandelen bezit), de ontvangen dividenden op te geven in Box 2 van de inkomstenbelasting. De reeds ingehouden dividendbelasting kan dan worden verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting in Box 2. De tarieven in Box 2 zijn voor 2024 opgesplitst in twee schijven: 24,5% over de eerste €67.000 aan inkomsten en 33% over het meerdere.
Om de gecombineerde belastingdruk te illustreren, nemen we een voorbeeld. Stel, een BV behaalt €100.000 winst uit beleggingen. De BV betaalt hierover 19% vennootschapsbelasting, wat neerkomt op €19.000. Er blijft dan €81.000 over. Als de BV besluit dit bedrag volledig als dividend uit te keren aan de DGA, wordt eerst 15% dividendbelasting ingehouden, zijnde €12.150. De DGA ontvangt dan netto €68.850. In de aangifte inkomstenbelasting Box 2 geeft de DGA een inkomen van €81.000 op. Hierover is 24,5% inkomstenbelasting verschuldigd (uitgaande van de eerste schijf), wat €19.845 is. De reeds ingehouden €12.150 dividendbelasting wordt hiermee verrekend, waardoor de DGA nog €7.695 moet bijbetalen. De totale belastingdruk over de oorspronkelijke €100.000 winst bedraagt dan €19.000 (VPB) + €19.845 (Box 2 IB) = €38.845, ofwel 38,845%.
De keuze om te beleggen via een BV of privé is afhankelijk van diverse factoren, zoals de omvang van het vermogen, de beleggingshorizon en de persoonlijke financiële situatie van de aandeelhouder. Beleggen via een BV kan belastinguitstel opleveren, aangezien de inkomstenbelasting pas verschuldigd is bij daadwerkelijke uitkering van dividend. Dit kan voordelig zijn voor herinvestering van winsten, omdat de BV met een groter bedrag kan blijven beleggen voordat de tweede heffing plaatsvindt. Echter, de administratieve last en de kosten voor het oprichten en in stand houden van een BV zijn hoger dan bij beleggen in privé. Denk hierbij aan kosten voor de jaarrekening, notaris en eventuele advieskosten.
Voor de meest actuele tarieven en gedetailleerde voorwaarden is het raadzaam de website van de Belastingdienst te raadplegen of een fiscaal adviseur te contacteren. De regelgeving kan complex zijn en is onderhevig aan frequente wijzigingen, waardoor persoonlijk advies essentieel is voor een optimale fiscale planning.