Wat gebeurt er als alle banken omvallen?
Wat gebeurt er als alle banken omvallen?
Een volledig omvallen van alle banken is uiterst onwaarschijnlijk, omdat overheden en centrale banken ingrijpen om een dergelijke systeemcrisis te voorkomen. De maatschappelijke en economische risico's van een dergelijk scenario zijn zo groot dat banken die als 'too big to fail' worden beschouwd, gered worden met overheidssteun en depositogaranties. Dit mechanisme is bedoeld om het vertrouwen in het financiële systeem te behouden en een domino-effect te voorkomen.
De term 'too big to fail' betekent dat het faillissement van een grote bank een te groot risico vormt voor de samenleving en de economie. Daarom moeten deze banken gered worden, zoals ook gebeurde na de kredietcrisis van 2008. Destijds moesten banken die bijna failliet waren gered worden, vaak door overheden die financiële hulp boden en grote hoeveelheden geld bijdrukten. Dit gebeurde omdat banken toen risico's namen met financiële producten die ze zelf niet volledig begrepen, wat leidde tot een crisis van het spaargeld van klanten.
Het vertrouwen in banken is een cruciale factor voor de stabiliteit van de financiële sector. Een volledig verlies van vertrouwen kan banken zeer snel aan de rand van de afgrond brengen. Banken in moeilijkheden veroorzaken via dit verlies van vertrouwen een uitstroom van deposito's, wat kan leiden tot verdere bankfaillissementen. Dit creëert een domino-effect, waarbij het instorten van één grote bank, zoals een mogelijke situatie bij Deutsche Bank, meerdere banken als een kaartenhuis kan doen instorten. Grote traditionele banken kunnen in problemen komen door liquiditeitsproblemen als er massaal en onmiddellijk geld wordt opgenomen door spaarders.
De gevolgen van een hypothetische volledige ineenstorting van het banksysteem zouden verstrekkend zijn:
- Economische stilstand: Zonder banken functioneert het betalingsverkeer niet meer. Bedrijven kunnen geen salarissen uitbetalen, consumenten kunnen niet betalen voor goederen en diensten, en internationale handel stopt. Dit leidt tot een diepe economische depressie met massale werkloosheid.
- Verlies van spaargeld: Hoewel er in veel landen depositogarantiesystemen bestaan (die in Nederland tot €100.000 per rekeninghouder per bank dekken), zou een totale systeeminstorting deze garanties onder druk zetten. De overheid zou dan moeite hebben om alle claims te voldoen, wat tot een gedeeltelijk of volledig verlies van spaargeld kan leiden.
- Kredietcrisis: Banken verstrekken leningen aan bedrijven en particulieren. Zonder banken stopt de kredietverlening volledig, wat investeringen en economische groei onmogelijk maakt.
- Maatschappelijke ontwrichting: De onzekerheid en het verlies van financiële zekerheid zouden leiden tot maatschappelijke onrust, paniek en mogelijk een terugkeer naar ruilhandel of alternatieve betaalmiddelen.
- Overheidsinterventie: In een dergelijk scenario zouden centrale banken, zoals De Nederlandsche Bank (DNB), waarschijnlijk de rol van banken overnemen, of in ieder geval de meest essentiële functies. Grote banken die instorten, zullen waarschijnlijk worden overgenomen door centrale banken om de meest basale financiële diensten te garanderen en het vertrouwen te herstellen.
Het is daarom de algemene beleidslijn dat overheden en centrale banken alles in het werk stellen om een volledige instorting te voorkomen, door middel van reddingsacties, liquiditeitssteun en het garanderen van deposito's. De lessen van 2008 hebben geleid tot strengere regelgeving en toezicht, hoewel de mogelijkheid van een crisis door onvoorziene factoren altijd blijft bestaan.