Kan ik aandelen in box 3 verkopen voor 1 januari?
Kan ik aandelen in box 3 verkopen voor 1 januari?
Aandelen in box 3 verkopen vóór 1 januari is fiscaal toegestaan en kan slim zijn. Door aandelen voor de peildatum van box 3 te verkopen, verlaag je het vermogen dat op 1 januari wordt belast. De Belastingdienst peilt je vermogen namelijk op deze specifieke datum, waardoor een lagere waarde op die dag kan resulteren in een lagere vermogensrendementsheffing.
In Nederland valt vermogen zoals aandelen onder box 3 van de inkomstenbelasting, mits er geen sprake is van een aanmerkelijk belang (minder dan 5% van de aandelen in een bv). De belastingheffing in box 3 is gebaseerd op een forfaitair rendement, een fictief rendement dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt. Dit betekent dat je belasting betaalt over een verondersteld rendement op je vermogen, ongeacht of je dat rendement daadwerkelijk hebt behaald. Het gaat hierbij om de waarde van de aandelen op de peildatum van 1 januari.
Voor 'overige bezittingen' in box 3, waaronder aandelen, wordt een forfaitair rendementspercentage toegepast. Dit percentage is niet gebaseerd op de werkelijke koerswinst of -verlies, maar op een vastgesteld percentage. Zo was het forfaitair rendementspercentage voor overige bezittingen in 2022 5,53% en in 2023 6,17%. Het belastingtarief over dit fictieve rendement bedroeg in 2024 36%. De exacte percentages voor 2026 worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld en gepubliceerd.
Door aandelen vóór 1 januari te verkopen, verlaag je de waarde van je box 3-vermogen op die peildatum. Als je het vrijgekomen geld vervolgens op een spaarrekening zet, valt dit onder de categorie 'bank- en spaartegoeden', waarvoor een ander (doorgaans lager) forfaitair rendement geldt. Dit kan leiden tot een lagere belastingaanslag. Houd er rekening mee dat eventuele verkoopwinsten op de aandelen zelf niet direct worden belast in box 3, aangezien de heffing plaatsvindt over het fictieve rendement op het vermogen.
Hieronder een rekenvoorbeeld ter illustratie van het effect, gebaseerd op historische percentages en tarieven:
Stel, je hebt op 31 december 2025 een aandelenportefeuille met een waarde van €100.000, en je heffingsvrij vermogen is reeds benut. We gebruiken de percentages van 2023 en het tarief van 2024 voor dit voorbeeld:
- Scenario 1: Aandelen niet verkocht voor 1 januari 2026
- Waarde aandelen op 1 januari 2026: €100.000 (valt onder 'overige bezittingen').
- Forfaitair rendement (voorbeeld 2023): 6,17% van €100.000 = €6.170.
- Box 3 belasting (voorbeeld 2024): 36% van €6.170 = €2.221,20.
- Scenario 2: Aandelen verkocht voor 1 januari 2026
- Waarde aandelen op 1 januari 2026: €0.
- Het vrijgekomen bedrag staat op een spaarrekening (valt onder 'bank- en spaartegoeden').
- Het forfaitair rendement op bank- en spaartegoeden is doorgaans lager dan op overige bezittingen. Voor dit voorbeeld gaan we uit van €0 aan aandelen, dus €0 fictief rendement uit aandelen.
- Box 3 belasting op aandelen: €0.
Dit voorbeeld toont aan dat het verkopen van aandelen vóór de peildatum van 1 januari, en het tijdelijk aanhouden van het geld als spaartegoed, de grondslag voor de vermogensrendementsheffing op 'overige bezittingen' kan verlagen. Het is echter belangrijk om de actuele forfaitaire rendementen voor zowel 'overige bezittingen' als 'bank- en spaartegoeden' voor het betreffende belastingjaar te raadplegen bij de Belastingdienst, aangezien deze jaarlijks kunnen wijzigen.