Wat is voordeliger, box 2 of box 3?
Wat is voordeliger, box 2 of box 3?
De keuze tussen box 2 en box 3 voor vermogensopbouw hangt af van het verwachte rendement en de specifieke situatie, maar over het algemeen kan beleggen in box 2 via een besloten vennootschap (BV) fiscaal voordeliger zijn bij een lager verwacht rendement. Dit komt doordat box 2 belasting heft over daadwerkelijke inkomsten, terwijl box 3 uitgaat van een fictief rendement. Bovendien biedt box 2 mogelijkheden voor uitstel van belastingheffing, wat een liquiditeitsvoordeel oplevert.
Voor een aanmerkelijkbelanghouder (iemand met minimaal 5% van de aandelen in een BV) valt het vermogen dat binnen de BV wordt aangehouden in box 2. De BV betaalt eerst vennootschapsbelasting (VpB) over de behaalde winst, inclusief beleggingsopbrengsten. Wanneer deze winst als dividend wordt uitgekeerd aan de aanmerkelijkbelanghouder, betaalt deze persoon hierover inkomstenbelasting in box 2. Vanaf 1 januari 2025 is het hoge tarief in box 2 verlaagd van 33% naar 31% voor inkomsten uit dividend boven een bepaalde drempel. Beleggen in box 2 kan ook toegang bieden tot assets die in box 3 niet mogelijk zijn, wat potentieel hogere rendementen kan opleveren.
Box 3 daarentegen belast het vermogen van particulieren. Hierbij wordt niet gekeken naar het daadwerkelijk behaalde rendement, maar naar een fictief rendement over de waarde van de bezittingen min de schulden. Dit fictieve rendement wordt vervolgens belast tegen een vast tarief. Fact 5 wijst op de onzekerheid rond de belastingheffing op werkelijk rendement in box 3, wat de aantrekkelijkheid van box 2 kan vergroten.
Het omslagpunt tussen box 2 en box 3 is cruciaal voor de overweging. Uit analyse van 2023 blijkt dat bij een verwacht rendement onder 4,84% het fiscaal voordeliger is om vermogen in de BV (box 2) te beleggen. Boven dit omslagpunt van 4,84% is beleggen in box 3 privé doorgaans voordeliger. Dit komt doordat de gecombineerde belastingdruk van VpB en box 2-heffing bij hogere rendementen zwaarder kan uitvallen dan de belasting op het fictieve rendement in box 3.
Een belangrijk voordeel van box 2 is het liquiditeitsvoordeel door uitstel van heffing. De belasting over de beleggingswinsten binnen de BV wordt pas geheven op het moment dat de winsten daadwerkelijk als dividend worden uitgekeerd. Dit betekent dat het vermogen langer binnen de BV kan blijven groeien zonder directe belastingafdracht, wat compounding-effecten kan versterken.
Rekenvoorbeeld: Effect van het omslagpunt
Stel, u heeft in 2026 een vermogen van €100.000 dat u wilt beleggen. We gebruiken het omslagpunt van 4,84% (gebaseerd op 2023-data) om de verschillen te illustreren:
- Scenario 1: Verwacht rendement 3% (onder omslagpunt)
Als u een rendement van 3% verwacht, is beleggen in box 2 via uw BV doorgaans voordeliger. De belastingdruk op een lager werkelijk rendement in box 2 is dan relatief lager dan de heffing op het fictieve rendement in box 3. Het spaargeld verplaatsen van box 3 naar box 2 via de BV kan dan leiden tot belastingbesparing.
- Scenario 2: Verwacht rendement 7% (boven omslagpunt)
Bij een verwacht rendement van 7% is beleggen in box 3 privé doorgaans voordeliger. De gecombineerde belasting van vennootschapsbelasting en box 2-dividendbelasting op dit hogere daadwerkelijke rendement kan dan hoger uitvallen dan de belasting op het fictieve rendement in box 3. Het is echter belangrijk te onthouden dat het box 3-systeem nog in ontwikkeling is, en toekomstige wijzigingen kunnen de vergelijking beïnvloeden.
Het is van belang om de actuele tarieven en vrijstellingen van de Belastingdienst te raadplegen, aangezien deze jaarlijks kunnen wijzigen en invloed hebben op de uiteindelijke afweging tussen box 2 en box 3.