Wat valt onder beleggingen box 3?
Wat valt onder beleggingen box 3?
Beleggingen in box 3 omvatten alle vermogensbestanddelen die de Belastingdienst als 'overige bezittingen' aanmerkt, met uitzondering van spaargeld. Dit betreft een breed scala aan activa, zoals aandelen, obligaties, beleggingsrekeningen en onroerend goed dat niet de eigen woning is. Ook crypto geld en roerende goederen die voor belegging worden aangehouden, vallen onder deze categorie, waarover inkomstenbelasting wordt geheven.
Het vermogen in box 3 is opgebouwd uit twee hoofdcategorieën: spaargeld en beleggingen. De categorie beleggingen, ook wel 'overige bezittingen' genoemd, is divers en omvat een reeks activa die bedoeld zijn om rendement te genereren. De Belastingdienst hanteert hierbij de regel dat alle bezittingen die geen bank- of spaartegoed zijn en niet onder box 1 of box 2 vallen, in box 3 worden belast als belegging. Dit geldt tenzij er sprake is van actieve werkzaamheden die als onderneming worden gezien, in welk geval het vermogen mogelijk in een andere box valt.
De specifieke soorten vermogen die onder beleggingen in box 3 vallen, zijn onder andere:
- Aandelen en obligaties: Dit zijn klassieke beleggingsproducten die in de meeste beleggingsportefeuilles voorkomen.
- Beleggingsrekeningen: Deze rekeningen, inclusief de daarop aangehouden beleggingen, worden als box 3-vermogen beschouwd.
- Onroerend goed: Vastgoed dat wordt aangehouden als belegging, zoals een vakantiewoning, een tweede woning of verhuurde woningen (beleggingspanden), valt onder box 3. De eigen hoofdwoning valt hier niet onder.
- Crypto geld: Digitale valuta zoals Bitcoin en Ethereum worden door de Belastingdienst gezien als belegging en vallen daarom onder de box 3-heffing inkomstenbelasting.
- Roerende goederen voor belegging: Dit zijn bezittingen zoals kunst, antiek of edelmetalen die niet voor persoonlijk gebruik zijn, maar met het oog op waardestijging worden aangehouden.
De heffing in box 3 vindt plaats via een saldoheffing. Dit betekent dat niet het werkelijke rendement, maar een forfaitair rendement wordt belast. Voor 'overige bezittingen' hanteert de Belastingdienst een percentage voor het veronderstelde rendement. Dit percentage kan jaarlijks wijzigen en wordt voor het huidige jaar (bijvoorbeeld 2026) door de Belastingdienst vastgesteld. Ter illustratie: in 2023 werd voor deze categorie bezittingen een rendement van 6,17% verondersteld. Als u op 1 januari 2023 bijvoorbeeld €150.000 aan beleggingen in box 3 had, dan was het veronderstelde rendement hierover €150.000 6,17% = €9.255. Dit bedrag van €9.255 wordt vervolgens belast met het geldende belastingtarief voor box 3, na aftrek van het heffingsvrij vermogen. De werkelijke opbrengsten van uw beleggingen, zoals dividenden, rente of huurinkomsten, zijn niet direct belast in box 3, maar de waarde van de bezittingen zelf wordt meegenomen in de berekening van het forfaitaire rendement.