Wat is de belastingvrije drempel voor spaargeld?
Wat is de belastingvrije drempel voor spaargeld?
De belastingvrije drempel voor spaargeld in Box 3 voor 2026 is €59.357 per persoon. Dit bedrag staat bekend als het heffingsvrij vermogen en geldt voor uw totale vermogen, inclusief zowel spaargeld als beleggingen. Alleen het deel van uw vermogen dat deze drempel overschrijdt, is onderworpen aan belasting in Box 3.
De belastingheffing over vermogen in Box 3 is geregeld in de Wet inkomstenbelasting 2001. De jaarlijkse bedragen voor het heffingsvrij vermogen worden vastgesteld door de overheid en openbaar gemaakt door de Belastingdienst. Deze bedragen kunnen jaarlijks wijzigen en zijn bedoeld om een deel van het vermogen vrij te stellen van belastingheffing.
Voor fiscaal partners geldt een verdubbeling van het heffingsvrij vermogen. In 2026 betekent dit dat u en uw partner samen een belastingvrij vermogen hebben van €118.714 (€59.357 per persoon). Dit gezamenlijke bedrag mag u vrijelijk verdelen tussen u en uw partner, bijvoorbeeld door het volledig aan één partner toe te rekenen als dat fiscaal voordeliger is.
Er bestaat vaak verwarring over de exacte belastingvrije drempel voor spaargeld, met name door de invoering van een nieuw Box 3-stelsel en recente voorstellen. Het bedrag van €59.357 is het algemene heffingsvrij vermogen dat geldt voor uw totale vermogen. Echter, voor spaargeld is er een specifieke regeling binnen het nieuwe Box 3-stelsel (ingegaan vanaf 2022, met verdere voorstellen in 2024) waarbij het fictieve rendement op spaargeld op 0% wordt gesteld tot een bedrag van €440.000 voor mensen met uitsluitend spaargeld. Dit betekent dat over de opbrengst van spaargeld tot €440.000 geen belasting wordt geheven. Het is belangrijk te onderscheiden dat de €59.357 de grens is waarboven uw vermogen in Box 3 valt, terwijl de €440.000 de grens is waarboven het fictieve rendement op uw spaargeld niet langer 0% is.
Concreet houdt dit in dat als u alleen spaargeld heeft en dit bedrag ligt tussen de €59.357 en €440.000, uw vermogen weliswaar boven het heffingsvrij vermogen uitkomt, maar de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen voor dit specifieke deel van uw spaargeld resulteert in een fictief rendement van 0%. Hierdoor betaalt u in de praktijk geen belasting over de opbrengst van dit spaargeld, tot aan de grens van €440.000.
Het heffingsvrij vermogen is in de afgelopen jaren aanzienlijk gewijzigd. Hieronder een overzicht van de drempels:
| Jaar | Heffingsvrij vermogen per persoon |
|---|---|
| 2019 | €30.360 |
| 2020 | €30.846 |
| 2026 | €59.357 |
Deze stijging weerspiegelt aanpassingen in het belastingstelsel en de economische omstandigheden.
Om de toepassing van de belastingvrije drempel te verduidelijken, volgen hier enkele rekenvoorbeelden voor 2026:
- Alleenstaande met €70.000 spaargeld:
U heeft €70.000 aan spaargeld. Het heffingsvrij vermogen is €59.357. Uw vermogen overschrijdt de drempel met €10.643 (€70.000 - €59.357). Over dit bedrag wordt in principe belasting geheven. Echter, omdat het om spaargeld gaat en het totale bedrag onder de €440.000 grens blijft waarvoor een fictief rendement van 0% geldt, betaalt u over de opbrengst van dit spaargeld geen Box 3-belasting.
- Alleenstaande met €500.000 spaargeld:
U heeft €500.000 aan spaargeld. Het heffingsvrij vermogen is €59.357. Het deel van uw spaargeld tussen €59.357 en €440.000 heeft een fictief rendement van 0%. Het deel boven €440.000 (€500.000 - €440.000 = €60.000) valt wel onder het hogere fictieve rendement voor spaargeld in Box 3. Over de opbrengst van dit deel van €60.000 betaalt u wel belasting.
- Fiscale partners met €130.000 gemengd vermogen:
Samen met uw fiscale partner heeft u een totaal vermogen van €130.000, waarvan €80.000 spaargeld en €50.000 beleggingen. Het gezamenlijke heffingsvrij vermogen is €118.714. Het belastbare vermogen bedraagt €130.000 - €118.714 = €11.286. Dit bedrag wordt verdeeld over de vermogenscategorieën. Voor het spaargedeelte geldt een fictief rendement van 0%. Voor het beleggingsgedeelte wordt het fictieve rendement voor beleggingen gehanteerd. De uiteindelijke belasting hangt af van de precieze verdeling en de fictieve rendementen voor beleggingen.