Wat zijn de drie soorten cashflow?
Wat zijn de drie soorten cashflow?
De drie soorten cashflow die de financiële gezondheid van een bedrijf weerspiegelen, zijn operationele cashflow, investeringscashflow en financieringscashflow. Deze drie hoofdtypes vormen samen de totale cashflow van een onderneming en bieden een compleet beeld van hoe geld binnenkomt en weggaat uit de verschillende bedrijfsactiviteiten. Ze zijn essentieel voor het begrijpen van de financiële situatie en liquiditeit van een organisatie.
De totale cashflow van een bedrijf is de som van deze drie componenten. Elk type vertegenwoordigt een specifieke categorie van geldstromen en geeft inzicht in verschillende aspecten van de bedrijfsvoering:
- Operationele cashflow: Dit omvat de geldstromen die voortvloeien uit de primaire, dagelijkse bedrijfsactiviteiten. Het gaat hierbij om inkomsten en uitgaven die direct verband houden met de productie en verkoop van goederen of diensten. Voorbeelden zijn de ontvangsten van klanten, betalingen aan leveranciers, salarissen en huur. Volgens de kennisbank omvatten operationele cashflows transacties, aanpassingen en waardeveranderingen die niet gedefinieerd zijn als investerings- of financieringsactiviteiten. Een positieve operationele cashflow duidt erop dat het bedrijf voldoende geld genereert uit zijn kernactiviteiten om de bedrijfsvoering te onderhouden.
- Investeringscashflow: Deze categorie weerspiegelt de geldstromen die gerelateerd zijn aan de aankoop en verkoop van langetermijnactiva, zoals gebouwen, machines, apparatuur of investeringen in andere bedrijven. Het gaat hierbij om uitgaven die gericht zijn op de groei en de toekomstige capaciteit van het bedrijf. Een negatieve investeringscashflow is vaak een teken dat een bedrijf investeert in zijn toekomst, terwijl een positieve cashflow kan duiden op de verkoop van activa.
- Financieringscashflow: Dit type cashflow toont de geldstromen tussen het bedrijf en zijn eigenaren (aandeelhouders) en schuldeisers. Het geeft weer hoeveel geld werd ontvangen via leningen, aandelenuitgifte of obligaties, en hoeveel geld werd uitgegeven aan het terugbetalen van leningen, het uitkeren van dividenden of het inkopen van eigen aandelen. Een positieve financieringscashflow betekent dat het bedrijf nieuw kapitaal heeft aangetrokken, terwijl een negatieve cashflow kan duiden op het terugbetalen van schulden of het uitkeren van winsten aan aandeelhouders.
Voor de berekening van deze cashflows maken bedrijven doorgaans gebruik van twee methoden: de directe methode en de indirecte methode. De directe methode vereist gedetailleerde gegevens van kasstromen, vaak afkomstig uit de winst- en verliesrekening, en toont de werkelijke ontvangsten en uitgaven. De indirecte methode daarentegen geeft inzicht in de samenstelling van de cashflow door te starten met het jaaroverschot na belasting en dit vervolgens aan te passen voor niet-contante posten, zoals afschrijvingen, en door geldstromen te verdelen tussen operationele en niet-operationele activiteiten. Deze methode helpt bij het verklaren van het verschil tussen nettowinst en de daadwerkelijke cashflow van een bedrijf.