Moet de covariantie voor aandelen positief of negatief zijn?
Moet de covariantie voor aandelen positief of negatief zijn?
Voor aandelen is een negatieve covariantie, of in bredere zin een lage of negatieve correlatie, over het algemeen wenselijk in een beleggingsportefeuille. Dit komt doordat activa met een negatieve covariantie de neiging hebben om in tegengestelde richting te bewegen, wat helpt om het totale risico van de portefeuille te verminderen en de schommelingen af te vlakken. Een positieve covariantie betekent dat activa in dezelfde richting bewegen, wat de risico's kan vergroten.
Covariantie meet de mate waarin twee variabelen, zoals de rendementen van twee aandelen, samen bewegen. Een positieve covariantie betekent dat ze meestal samen stijgen of dalen, terwijl een negatieve covariantie aangeeft dat ze vaak in tegengestelde richting bewegen. Correlatie is een gestandaardiseerde vorm van covariantie, uitgedrukt op een schaal van -1,0 tot +1,0. Deze schaal maakt het eenvoudiger om de sterkte en richting van de relatie te interpreteren.
Correlatie in beleggingen beoordeelt de relatie tussen de koersbewegingen van verschillende activa binnen een portefeuille. Het is een statistiek die beschrijft hoe twee variabelen zich tot elkaar verhouden. De waarde van de correlatiecoëfficiënt geeft aan:
- +1,0 (perfect positieve correlatie): De activa bewegen altijd in dezelfde richting en met dezelfde relatieve omvang. Als het ene aandeel met 5% stijgt, stijgt het andere ook met 5%. Dit biedt geen diversificatievoordelen.
- 0 (geen correlatie): Er is geen duidelijk lineair verband tussen de bewegingen van de activa. De koersbewegingen van het ene aandeel zeggen niets over die van het andere.
- -1,0 (perfect negatieve correlatie): De activa bewegen altijd in precies tegengestelde richting en met dezelfde relatieve omvang. Als het ene aandeel met 5% stijgt, daalt het andere met 5%. Dit biedt maximale diversificatie en risicoreductie.
Het samenvoegen van activa met een lage of negatieve correlatie is een kernprincipe van diversificatie. Dit zorgt ervoor dat de totale schommelingen van de portefeuille afnemen en het rendement stabieler wordt. Wanneer één belegging daalt, kan een andere stijgen of stabiel blijven, waardoor de impact van de daling op de totale portefeuille wordt verzacht. Dit is de reden waarom een negatieve of lage positieve covariantie/correlatie over het algemeen als wenselijk wordt beschouwd voor risicobeheer.
Een veelvoorkomende misvatting is dat correlaties statisch zijn. In werkelijkheid zijn correlaties niet statisch; ze kunnen in de loop van de tijd veranderen. Economische gebeurtenissen, marktcycli of veranderingen in het monetaire beleid kunnen de relaties tussen activa wijzigen. Dit betekent dat beleggers regelmatig de correlaties binnen hun portefeuille moeten herzien om ervoor te zorgen dat de diversificatiestrategie effectief blijft.
De correlatie tussen verschillende beleggingscategorieën, zoals aandelen en obligaties, kan significant variëren. Historisch gezien was de correlatie tussen aandelen en obligaties in multi-asset portefeuilles vaak negatief, bijvoorbeeld in de periode van 2000 tot 2020. Dit betekende dat wanneer aandelen daalden, obligaties vaak stegen, wat een dempend effect had op de portefeuille. Echter, in volatiele beleggingsklimaten kan de correlatie verschuiven. Rond mei 2022, bijvoorbeeld, verschoof de correlatie tussen aandelen en obligaties van ongeveer nul of positief naar sterk negatief tijdens een marktcorrectie. Een volatiel beleggingsklimaat kan leiden tot een negatieve correlatie tussen aandelen en obligaties. Dit illustreert hoe belangrijk het is om niet uit te gaan van vaste correlaties, maar de dynamiek ervan te begrijpen.
Om het effect van correlatie op een beleggingsportefeuille te illustreren, bekijk de volgende scenario's:
- Hoge positieve correlatie (bijv. +0,8): Twee aandelen bewegen grotendeels synchroon. Als de markt daalt, dalen beide aandelen waarschijnlijk fors. De risicovermindering door diversificatie is minimaal.
- Lage positieve correlatie (bijv. +0,2): Twee aandelen bewegen weliswaar in dezelfde richting, maar niet sterk gekoppeld. Als het ene aandeel daalt, kan het andere minder hard dalen of zelfs licht stijgen. De portefeuille is hierdoor stabieler dan bij een hoge positieve correlatie.
- Negatieve correlatie (bijv. -0,5): Twee aandelen bewegen vaak in tegengestelde richting. Als het ene aandeel daalt, stijgt het andere. Dit helpt de volatiliteit van de totale portefeuille aanzienlijk te verminderen, zelfs als de individuele activa risicovol zijn. Een voorbeeld hiervan was in de periode voorafgaand aan mei 2017, toen Aandeel A en Aandeel B een sterke negatieve correlatie hadden, waarbij winst voor het ene aandeel vaak samenging met verlies voor het andere.
Samenvattend: hoewel een perfect negatieve covariantie zelden voorkomt, is het streven naar activa met een lage of negatieve correlatie essentieel voor een goed gediversifieerde portefeuille. Dit principe helpt beleggers om risico's te beheersen en de stabiliteit van hun beleggingen te verbeteren, ongeacht de marktomstandigheden.