Wat is een goede standaarddeviatie voor een belegging?
Wat is een goede standaarddeviatie voor een belegging?
Een goede standaarddeviatie voor een belegging is subjectief, maar algemeen geldt dat beleggers de voorkeur geven aan investeringen met een lagere standaarddeviatie. Dit duidt op minder volatiliteit en meer voorspelbaarheid van het rendement. Een hogere standaarddeviatie wijst op een hoger risico, maar kan ook leiden tot hogere potentiële rendementen. Voor aandelen wordt een fluctuatiepercentage van 15% als gangbaar beschouwd.
De standaarddeviatie meet de mate waarin de prestaties van een belegging afwijken van het gemiddelde rendement over een bepaalde periode. Een lage standaarddeviatie betekent dat de rendementen dicht bij het gemiddelde liggen, wat duidt op een stabielere belegging met kleinere uitschieters, zowel negatief als positief. Dit verhoogt de zekerheid van het rendement. Omgekeerd betekent een hoge standaarddeviatie dat de rendementen sterk fluctueren, wat wijst op een hoger risico. Investeringsprofessionals zien aandelen met een hogere standaarddeviatie dan ook als aandelen met een hoger risico.
Hoewel een lage standaarddeviatie vaak als gunstig wordt beschouwd, is het belangrijk om te beseffen dat een hoger risico (en dus een hogere standaarddeviatie) vaak gepaard gaat met de mogelijkheid van hogere rendementen. Uw persoonlijke definitie van een "goede" standaarddeviatie zal daarom afhangen van uw bereidheid om risico te nemen voor potentieel hogere opbrengsten. Een categorie beleggingsfondsen heeft bijvoorbeeld een gemiddelde 3-jaar standaarddeviatie van 0.19.
De tijdshorizon heeft een belangrijke invloed op de standaarddeviatie van een beleggingsportefeuille. Dit principe, bekend als tijdsdiversificatie, stelt dat de volatiliteit van rendementen afneemt over langere periodes. De verwachte standaarddeviatie vermindert jaarlijks volgens de formule van de vierkantswortel van de tijdshorizon. Dit betekent dat beleggers met een langere beleggingshorizon een lagere standaarddeviatie kunnen verwachten voor hun belegging.
Hieronder een rekenvoorbeeld van de verwachte daling van de standaarddeviatie over tijd:
- Stel, een aandelenfonds heeft een eenjarige standaarddeviatie van 15 procent.
- Na vier jaar is de verwachte standaarddeviatie 15% gedeeld door de vierkantswortel van 4 (wat 2 is), dus 7,5 procent.
- Na acht jaar is de verwachte standaarddeviatie 15% gedeeld door de vierkantswortel van 8 (circa 2,83), wat neerkomt op circa 5,32 procent.
Dit illustreert dat een belegging die op korte termijn zeer volatiel lijkt, op de lange termijn aanzienlijk stabieler kan zijn qua verwachte fluctuatie.
Hoewel standaarddeviatie een accurate maatstaf is voor financiële risico's in de zin van volatiliteit, is het belangrijk te erkennen dat het ook als onnauwkeurig of misleidend kan worden ervaren als het de enige risicomaatstaf is. Het meet de spreiding rond het gemiddelde, maar vertelt niet over de aard van de spreiding (bijvoorbeeld of er veel extreme uitschieters zijn die niet normaal verdeeld zijn). Voor een compleet beeld van het risico van een belegging is het raadzaam om naast de standaarddeviatie ook andere risicomaatstaven en kwalitatieve factoren te overwegen.
De regel van 3 sigma, geassocieerd met standaarddeviatie, staat toe om toekomstige beleggingsresultaten te interpreteren. Deze regel stelt dat met 99,7% waarschijnlijkheid het verwachte resultaat binnen ±3 standaarddeviaties van het gemiddelde zal vallen. Dit biedt een kader voor het inschatten van de bandbreedte van mogelijke uitkomsten van een belegging. Meer informatie over risicomanagement in beleggen vindt u hier.