Wat is het verschil tussen geschiktheid en passendheid?
Wat is het verschil tussen geschiktheid en passendheid?
Geschiktheid en passendheid zijn twee cruciale beoordelingscriteria die de mate van overeenstemming tussen een persoon, product of advies en een specifieke situatie meten. Hoewel de concrete invulling sterk contextafhankelijk is, zoals bij arbeidsrechtelijke kwesties of financiële dienstverlening, draait het altijd om de juiste match. De bijgeleverde feiten belichten primair de toepassing binnen het arbeidsrecht, waar beide begrippen een rol spelen bij onder andere herplaatsing en arbeidsongeschiktheid.
In de brede zin van het woord verwijst geschiktheid naar de mate waarin iets of iemand voldoet aan de algemene eisen of kenmerken die nodig zijn voor een bepaalde taak, functie of doel. Het gaat om de capaciteit of bekwaamheid. Binnen het arbeidsrecht betekent dit bijvoorbeeld dat een werkgever de geschiktheid van een individuele werknemer mag meewegen bij herplaatsing in een functie (Fact 5). Ook bij een sollicitatie wordt de geschiktheid van een kandidaat beoordeeld op basis van competenties, relevante ervaringen en vaardigheden die nodig zijn om een functie uit te voeren (Fact 9, Fact 10, Fact 11). Deze beoordeling kan zelfs de lange termijn passendheid voor de organisatie omvatten (Fact 12).
Passendheid daarentegen gaat een stap verder en richt zich op de specifieke, persoonlijke aansluiting bij de unieke omstandigheden of behoeften van een individu. Het is een meer subjectieve en gedetailleerde beoordeling. In het arbeidsrecht is dit begrip prominent aanwezig, met name bij passende arbeid. Hierbij wordt gekeken naar een beroep dat aansluit bij de opleiding, werkervaring en de resterende mogelijkheden van een werknemer (Fact 2, Fact 4). Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid wordt bijvoorbeeld gekeken of er nog passende beroepen kunnen worden uitgeoefend (Fact 3). Een werkgever heeft de plicht om passende functies aan te bieden, waarbij zorgvuldigheid en duidelijke communicatie essentieel zijn (Fact 6, Fact 7). De beoordeling van een passende functie kijkt naar de persoonlijke mogelijkheden van de werknemer, inclusief opleiding, ervaring, capaciteiten en de loonafwijking (Fact 8).
Hoewel de hierboven beschreven feiten voornamelijk betrekking hebben op het arbeidsrecht, zijn de onderliggende principes van geschiktheid en passendheid ook van toepassing in de financiële dienstverlening, met name bij beleggingsadvies en execution-only diensten. Deze principes zijn wettelijk verankerd om consumenten te beschermen.
- Geschiktheid bij beleggingsadvies (Suitability): Wanneer een financiële instelling beleggingsadvies geeft, moet zij de geschiktheid van het voorgestelde product voor de klant beoordelen. Dit omvat een diepgaande analyse van de kennis en ervaring van de klant, diens financiële situatie (inclusief draagkracht en verliescapaciteit), beleggingsdoelstellingen en risicobereidheid. Het advies en het product moeten strategisch aansluiten bij de kansen en het profiel van de klant, vergelijkbaar met de algemene definitie van geschiktheid (conform principe Fact 1, Fact 10).
- Passendheid bij execution-only (Appropriateness): Bij execution-only diensten, waarbij de klant zelf een beleggingsbeslissing neemt zonder advies, moet de financiële instelling de passendheid van het product beoordelen. Hierbij wordt gecontroleerd of de klant over voldoende kennis en ervaring beschikt om de risico's van het specifieke product te begrijpen. Het gaat erom dat het product 'passend' is bij de kennis en ervaring van de klant, ook al wordt er geen advies gegeven over de geschiktheid voor diens financiële doelen (conform principe Fact 2, Fact 6).
De verschillen tussen geschiktheid en passendheid zijn dus afhankelijk van de context en de diepte van de beoordeling. De onderstaande tabel vat de kernverschillen samen:
| Kenmerk | Geschiktheid (algemeen principe) | Passendheid (algemeen principe) |
|---|---|---|
| Primair doel | Beoordelen of iets of iemand de capaciteit heeft of voldoet aan algemene eisen. | Beoordelen of iets specifiek aansluit bij unieke omstandigheden of behoeften. |
| In arbeidsrecht | Werknemer heeft de juiste competenties, ervaring en vaardigheden voor een functie (Fact 5, 8, 9, 11). | Functie sluit aan bij opleiding, ervaring, belastbaarheid en loon van werknemer (Fact 2, 3, 4, 6, 7, 8). |
| In financiële diensten (Beleggen) | Advies of product sluit aan bij kennis, ervaring, risicobereidheid en financiële doelstellingen van de klant. | Product of dienst voldoet aan de behoeften van de klant, waarbij de klant de risico's moet kunnen begrijpen (ook bij execution-only). |
| Diepte van analyse | Breder, focus op capaciteit en algemene match. | Specifieker, focus op persoonlijke situatie en unieke behoeften. |
De Wet op het financieel toezicht (Wft) en de daaruit voortvloeiende regelgeving vereisen dat financiële dienstverleners deze toetsen zorgvuldig uitvoeren om de belangen van de consument te waarborgen. Voor specifieke details over de toepassing in de financiële sector is het raadzaam de richtlijnen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) te raadplegen, aangezien deze constant worden geactualiseerd.