Wat is de boekhoudkundige waarde van aandelen?
Wat is de boekhoudkundige waarde van aandelen?
De boekhoudkundige waarde van aandelen, ook wel intrinsieke waarde of zichtbare intrinsieke waarde genoemd, is de waarde van het eigen vermogen van een onderneming zoals deze op de balans staat, gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Het vertegenwoordigt een momentopname van de bezittingen min de schulden en geeft aan hoeveel een aandeel theoretisch waard is als het bedrijf op dat moment zou liquideren.
Deze waarde wordt direct afgeleid uit de balans van een onderneming. De balans toont aan de ene zijde alle activa (bezittingen) en aan de andere zijde de passiva (schulden en eigen vermogen). Het eigen vermogen is het verschil tussen de totale activa en de totale schulden. Dit eigen vermogen omvat onder andere het gestorte kapitaal, agio, reserves en de onverdeelde winst.
De berekening van de boekhoudkundige waarde per aandeel is relatief eenvoudig:
Boekhoudkundige waarde per aandeel = (Totaal Eigen Vermogen) / (Aantal uitstaande aandelen)
Stel, een bedrijf heeft een totaal eigen vermogen van €10.000.000 en er zijn 2.000.000 aandelen uitstaand. De boekhoudkundige waarde per aandeel is dan:
- Totaal Eigen Vermogen: €10.000.000
- Aantal uitstaande aandelen: 2.000.000
- Boekhoudkundige waarde per aandeel: €10.000.000 / 2.000.000 = €5,00
Dit betekent dat, puur op basis van de balans, elk aandeel €5,00 vertegenwoordigt. Deze waarde kan echter aanzienlijk verschillen van de marktprijs van het aandeel.
De boekhoudkundige waarde is een belangrijke indicator, maar het is cruciaal om te begrijpen dat deze waarde vaak afwijkt van de economische waarde of de waarde in het economisch verkeer van een aandeel. De economische waarde houdt rekening met toekomstige winstgevendheid, kasstromen, groei, risico’s en de kwaliteit van het bedrijf (Fact 3, 5). Beleggers proberen te bepalen of een aandeel duur of goedkoop is ten opzichte van de onderliggende waarde van het bedrijf, waarbij vaak een bredere blik dan alleen de balans nodig is (Fact 2).
Een veelvoorkomende misvatting is dat de boekhoudkundige waarde (zichtbare intrinsieke waarde) altijd de meest geschikte waarderingsmethode is. In de praktijk wordt de waardebepaling van aandelen vaak complexer, vooral in juridische contexten zoals bij echtscheidingen of bedrijfsovernames. Zo stelde een vrouw als voorwaarde dat aandelen gewaardeerd moesten worden tegen de waarde in het economisch verkeer, terwijl de man de voorkeur gaf aan de zichtbare intrinsieke waarde (Fact 7, 8). Een deskundige die door de rechtbank werd benoemd om de economische waarde van aandelen in een holding per 31 december 2010 vast te stellen, gebruikte ten onrechte de (gecorrigeerde) intrinsieke waarde als meest voor de hand liggende methode (Fact 9, 11). Dit leidde tot de conclusie dat de waardering ten onrechte op basis van intrinsieke waarde was en de methodiek niet consistent was toegepast (Fact 12).
De boekhoudkundige waarde is een historische waarde; activa staan op de balans tegen de aanschafwaarde min afschrijvingen, niet tegen de huidige marktwaarde. Immateriële activa zoals merknamen, patenten of klantrelaties, die veel waarde kunnen vertegenwoordigen, zijn vaak niet of slechts gedeeltelijk in de boekhoudkundige waarde opgenomen. Daarom is de boekhoudkundige waarde vooral relevant voor bedrijven met veel materiële activa, zoals vastgoedbedrijven of productiebedrijven, en minder voor servicebedrijven of technologiebedrijven.
Voor een volledige waardering van aandelen gebruiken beleggers en analisten naast de boekhoudkundige waarde ook andere methoden, zoals absolute waardering (gebaseerd op toekomstige kasstromen) en relatieve waardering (vergelijking met vergelijkbare bedrijven of historische gegevens) (Fact 5, 6).