Werkelijk rendement box 3
Het werkelijk rendement box 3 houdt in dat de Belastingdienst uw daadwerkelijk behaalde inkomsten uit vermogen belast. Dit nieuwe systeem, dat een wetsvoorstel is en door de Tweede Kamer is aangenomen, omvat werkelijke inkomsten en de waardeontwikkeling van uw bezittingen. Hierbij tellen rente, dividend, huur en ongerealiseerde waardemutaties van uw vermogen mee. U kunt dit werkelijk rendement doorgeven in de aangifte inkomstenbelasting vanaf belastingjaar 2025, met een verwachte inwerkingtreding in 2028.
Wat betekent werkelijk rendement in box 3?
Werkelijk rendement in box 3 betekent dat de Belastingdienst kijkt naar het rendement dat u daadwerkelijk met uw vermogen heeft behaald. Dit omvat zowel werkelijke inkomsten als de waardeontwikkeling van uw bezittingen. Het gaat hierbij om alle vermogensbestanddelen in box 3, inclusief banktegoeden.
Dit rendement bestaat uit voordelen zoals rente op spaargeld en ontvangen dividend op aandelen. Ook de waardestijging of waardedaling van bezittingen telt mee. Zelfs ongerealiseerde waardemutaties van het vermogen, dus veranderingen die nog niet zijn omgezet in contant geld, worden meegenomen in de berekening.
Hoe berekent u het werkelijk rendement?
U berekent het werkelijk rendement box 3 door uw werkelijke inkomsten over bezittingen op te tellen en daar schulden en kosten van af te trekken. De berekening omvat de waarde waarmee uw vermogen verandert, inclusief ongerealiseerde waardemutaties van vermogen. Hierbij komen ook betaalde rente in aftrek. Men kijkt naar opbrengsten zoals rente, dividend en huur, naast koersresultaten en waardeverandering van vastgoed. Het totale werkelijk rendement wordt berekend door de rendementen van de verschillende soorten vermogen bij elkaar op te tellen en moet voor het totale vermogen worden opgegeven.
Welke inkomsten tellen mee?
Voor het werkelijk rendement in box 3 tellen diverse inkomsten mee. De Belastingdienst noemt hierbij ontvangen rente op spaargeld en dividend op aandelen. Ook waardestijgingen van aandelen, een tweede woning en crypto's vallen hieronder. Vanaf 2026 telt de bijtelling voor eigen gebruik van een tweede woning mee. Het werkelijk rendement omvat inkomsten uit beleggingen, beleggingsresultaten en overige bezittingen, inclusief ongerealiseerde waardemutaties van uw vermogen.
Welke waardeveranderingen tellen mee?
Waardeveranderingen die meetellen voor het werkelijk rendement in box 3 zijn divers. Ontwikkelingen die de reële waarde beïnvloeden, zoals wijzigingen in kredietprofielen van huurders of huurovereenkomsten, tellen mee. Ook ontwikkelingen sinds taxaties beïnvloeden de reële waarde van landbouwvastgoed. Rentestanden beïnvloeden de marktwaarde van activa en doelbeleggingen, inclusief obligaties en aandelen. Veranderingen in rentetarieven hebben ook invloed op het rendement van vastgoedaandelen. Wisselkoersveranderingen kunnen de waarde van beleggingen en dividenden in thuismunt doen stijgen of dalen. Daarnaast kunnen indexwijzigingen leiden tot aanpassingen in gewichtingen van beleggingen. Algemeen geldt dat veranderingen in feiten en omstandigheden waardeverminderingen op activa kunnen veroorzaken.
Welke kosten mag u niet aftrekken?
Voor het werkelijk rendement in box 3 mag u niet alle kosten aftrekken. Kosten die niet direct waardeverhogend zijn voor uw vermogen, zijn vanaf 2026 of 2027 niet meer aftrekbaar. Ook kosten die rechtstreeks samenhangen met een transactie, zoals de verkoop van aandelen, mag u niet aftrekken. Dit geldt voor alle kosten met een oorzakelijk verband met de transactie. Verkoopkosten van een deelneming vallen hier ook onder. Bovendien zijn advieskosten voor bijbehorende verzekeringen uitgesloten van aftrek.
Wat valt onder uw vermogen in box 3?
Uw vermogen in box 3 omvat banktegoeden, beleggingen en andere bezittingen, verminderd met schulden. Volgens de Belastingdienst deelt men dit vermogen in drie categorieën in: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Hieronder vallen bijvoorbeeld spaargeld, aandelen en goud. Vermogen belast in box 1 of box 2, zoals loon of een aanmerkelijk belang, valt niet onder box 3. De komende secties gaan dieper in op spaargeld, beleggingen, onroerend goed en schulden.
Spaargeld en beleggingen
Werkelijk rendement betekent dat u belasting betaalt over de opbrengsten die u daadwerkelijk haalde. Voor spaargeld en beleggingen berekent u dit rendement in box 3 op een specifieke manier. Dit omvat de échte inkomsten die u met uw vermogen verdient, inclusief waardeveranderingen zoals rente op spaargeld of dividend op aandelen (Belastingdienst). Voor spaargeld is het werkelijk rendement de ontvangen rente. Bij beleggingen telt u het ontvangen dividend en de waardeverandering tussen 1 januari en 31 december mee, inclusief aankopen en verkopen. Het werkelijk rendement wordt berekend over het totale vermogen en deze rekenmethode geldt voor elk belastingjaar. Het totale werkelijk rendement in box 3 is de som van het rendement van al uw vermogenssoorten. U geeft het werkelijk rendement in box 3 alleen door als het lager is dan het fictief rendement.
Onroerende zaak en woning
Voor onroerende zaken en woningen in Box 3 wordt het werkelijk rendement anders benaderd dan bij spaargeld. Als u een woning bezit die u het hele jaar niet verhuurt, past de Belastingdienst een forfaitaire benadering toe, de zogeheten netto vastgoedbijtelling, in plaats van uw werkelijke inkomsten. Het systeem voor onroerende zaken in Box 3 omvat dus in bepaalde gevallen forfaitaire elementen, niet uitsluitend het werkelijk rendement. Bovendien zijn in dit systeem alleen rentekosten aftrekbaar; andere kosten tellen niet mee. Eerder bestond er onduidelijkheid over welke WOZ-waarden te gebruiken en hoe om te gaan met aan- of verkoop van een woning binnen een jaar. Zelfs de vraag of een fictief inkomen voor eigen gebruik meetelde, was onduidelijk — dit alles maakt de berekening complexer.
Schulden en overige vermogensbestanddelen
Het in kaart brengen van schulden is essentieel voor de berekening van uw netto vermogen. Dit is belangrijk voor het werkelijk rendement in box 3. Schulden worden in mindering gebracht op de waarde van uw vermogensbestanddelen. Dit geldt voor zowel uitdrukkelijk verbonden als niet-uitdrukkelijk verbonden schulden. Deze schulden omvatten financiële schulden bij kredietinstellingen en andere persoonlijke schulden. Ook overige leningen, handelsschulden en ontvangen vooruitbetalingen vallen hieronder. Zelfs andere soorten schulden, zoals die op de balans van een verzekeringsmaatschappij, tellen mee.
Wanneer gebruikt u het fictief rendement?
U gebruikt het fictief rendement wanneer uw werkelijk behaalde rendement hoger is dan het fictieve rendement, of als u ervoor kiest geen werkelijk rendement op te geven, zoals de Consumentenbond aangeeft. De Belastingdienst maakt dan een aanname over uw rendement, berekend op basis van de werkelijke verdeling van uw vermogen. Volgens de Belastingdienst wordt het werkelijk rendement vergeleken met het fictief rendement om te bepalen of het zin heeft om het werkelijk rendement door te geven.
Verschil tussen fictief en werkelijk rendement
Het belangrijkste verschil tussen fictief en werkelijk rendement in box 3 zit in de toepassing. U geeft uw werkelijk rendement op als dit lager uitvalt dan het fictieve rendement, zoals de Belastingdienst aangeeft. Dit geldt voor zowel spaargeld als beleggingen, inclusief aandelen. De Belastingdienst neemt het werkelijk rendement alleen in overweging wanneer het lager is dan het fictief rendement. De fictieve rendementen zijn overigens ontworpen om dichtbij de werkelijke rendementspercentages voor sparen of beleggen te liggen. Dit betekent dat de rekenmethode met fictief rendement probeert een realistische inschatting te maken van uw vermogensgroei. Voor de meeste mensen is het dus gunstig om het werkelijk rendement door te geven als het lager is.
Wanneer is tegenbewijs mogelijk?
Tegenbewijs in box 3 is mogelijk, maar de regels van de Hoge Raad voorzien niet in alle mogelijke situaties voor het bepalen van het werkelijke rendement. Vooral voor complexe vermogensmixen of bij fors negatief werkelijk rendement is een praktische oplossing voor de tegenbewijsregeling nog onduidelijk. Er moet nog een praktische oplossing worden gevonden voor deze complexe gevallen om een beroep te kunnen doen op de tegenbewijsregeling. Dit maakt de specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor het leveren van tegenbewijs nog niet volledig helder.
Hoe geeft u uw werkelijk rendement door?
U dient uw werkelijk rendement door te geven via het online formulier 'Opgaaf werkelijk rendement' van de Belastingdienst. Dit formulier, ook bekend als formulier OWR, vult u in en verstuurt u om uw werkelijke rendement aan te tonen. De volgende secties leggen uit welke gegevens u nodig heeft, hoe u het formulier invult en wat u doet als uw vermogen gedurende het jaar verandert.
Welke gegevens hebt u nodig?
Voor de opgaaf van uw werkelijk rendement in box 3 heeft u diverse gegevens nodig. Volgens de Belastingdienst omvat dit voor de belastingaangifte 2025 uw burgerservicenummer (bsn), dat van uw partner en kinderen, en uw DigiD. Ook is uw rekeningnummer essentieel. Daarnaast zijn de jaaropgaven over 2025 en het jaaroverzicht van uw betaalrekening van belang. Denk hierbij ook aan jaaropgaven van uw werkgever, uitkeringsinstantie, bank en hypotheekverstrekker. Huiseigenaren hebben bovendien de WOZ-waarde van hun huis met peildatum 1 januari 2024 en papieren van de hypotheekverstrekker, inclusief de startdatum van de lening, nodig.
Hoe vult u de opgaaf werkelijk rendement in?
U geeft uw werkelijk rendement door via het formulier 'Opgaaf werkelijk rendement' (OWR) van de Belastingdienst. Dit formulier vult u online in via Mijn Belastingdienst of op papier. Belangrijk is dat u de brief van de Belastingdienst afwacht en bij de hand houdt. Na ontvangst van deze brief heeft u 12 weken de tijd om het formulier in te vullen en op te sturen. Voor de jaren 2020 tot en met 2024 kiest u online het betreffende jaar, logt u in en klikt u op 'Mijn werkelijk rendement box 3 opgeven'. Het fictieve rendement dat in de brief staat, neemt u over op het OWR-formulier. Voor oudere jaren, zoals 2017 tot en met 2019, vult u het formulier direct in met uw DigiD zonder in te loggen op Mijn Belastingdienst, waarbij u het juiste jaar kiest. Een papieren formulier kunt u telefonisch bestellen via 0800 – 023 01 07.
Wat doet u als uw vermogen halverwege het jaar verandert?
Als uw vermogen halverwege het jaar verandert, wordt de jaarlijkse vermogensgroei op een specifieke manier berekend en het vermogen per jaar aangepast. Deze groei wordt opgesplitst in twee helften. Eén helft wordt vermenigvuldigd met het verwachte rendement, terwijl de andere helft zonder rendement aan uw eigen vermogen wordt toegevoegd. Dit voorkomt dat u te veel belasting betaalt, omdat niet het hele bedrag direct rendement krijgt. Het model veronderstelt namelijk een gelijkmatig spaargedrag over het jaar.
Wanneer is werkelijk rendement box 3 gunstiger dan fictief rendement?
Het werkelijk rendement in box 3 is gunstiger wanneer uw behaalde rendement lager is dan het fictieve rendement. In dat geval heeft het zin om dit lagere rendement door te geven aan de Belastingdienst, wat uw netto rendement kan verhogen. De belasting in box 3 kan zowel op basis van fictief als werkelijk rendement worden berekend. Als uw werkelijke rendement hoger is, wordt de belasting op basis van het fictieve rendement berekend en heeft doorgeven geen zin. Dit is in lijn met uitspraken van de Hoge Raad van juni 2024 en kan voordeel opleveren in specifieke situaties, zoals voor spaarders en beleggers.
Voor welke situaties kan tegenbewijs voordeel opleveren?
Tegenbewijs kan voordeel opleveren wanneer uw werkelijke rendement in box 3 afwijkt van de aannames van de Belastingdienst. Voor complexe box 3-gevallen ontbreekt nog een praktische oplossing voor de tegenbewijsregeling. U kunt bezwaar maken bij het belastingaanslagproces om de omkering van de bewijslast na een informatiebeschikking te voorkomen. Dit biedt de mogelijkheid om direct gestructureerd tegenbewijs te leveren. In een burgerlijke rechtsvordering kan een verwerende partij tegenbewijs aanbieden. Dit kan bijvoorbeeld om een onderhandse akte met dwingende bewijskracht te ontzenuwen. Ook kan een partij met de bewijslast tegenbewijs leveren tegen een rechterlijk vermoeden. Het doel is altijd om voorhanden bewijs te ontzenuwen en de overtuiging op basis daarvan te doen wankelen.
Wat betekent dit voor spaarders en beleggers?
Werkelijk rendement box 3 betekent dat u als spaarder of belegger belasting betaalt over de échte inkomsten uit uw vermogen, inclusief waardeveranderingen. Volgens de Belastingdienst moet dit werkelijk rendement belasten als het lager is dan het fictief rendement. Dit systeem kent geen heffingsvrij vermogen.
Is uw totale werkelijk rendement negatief, dan stelt de Belastingdienst dit vast op € 0. Een negatief werkelijk rendement mag u niet verrekenen met een ander jaar. De Belastingdienst gebruikt het fictief rendement totdat er nieuwe wetgeving is, tenzij uw werkelijk rendement lager uitvalt.
Spaarders kunnen te maken hebben met lage spaarrentes en behalen over het algemeen weinig rendement op spaargeld. Hierdoor kunnen spaarders zelfs waarde verliezen als de spaarrente lager is dan de inflatie. Beleggingen kunnen slecht presteren, en beleggers kunnen in een slecht beursjaar minder rendement behalen. Door de lage spaarrente is beleggen aantrekkelijker geworden voor spaarders.
Wat valt onder werkelijk rendement box 3?
Het werkelijk rendement in box 3 omvat alle voordelen die u uit uw vermogen haalt. Dit zijn inkomsten zoals rente, dividend en huur, maar ook waardeveranderingen van uw bezittingen. Zowel positieve als negatieve resultaten tellen mee, inclusief gerealiseerde en ongerealiseerde waardestijgingen of -dalingen. Volgens de Belastingdienst omvat dit specifiek de ontvangen rente op spaargeld en het dividend op aandelen, naast gerealiseerde koerswinsten. Het werkelijke rendement bestaat dus uit specifieke inkomsten en waardeveranderingen.
Kan ik mijn werkelijk rendement opgeven als ik alleen spaargeld heb?
Ja, u kunt uw werkelijk rendement opgeven als u alleen spaargeld heeft. Bij de berekening van het werkelijke rendement wordt uw volledige vermogen, inclusief spaargeld, meegenomen. U moet het werkelijk rendement opgeven voor uw totale vermogen, niet voor losse delen ervan. Dit benadrukt de Rijksoverheid, die stelt dat belastingbetalers het werkelijk rendement voor hun totale vermogen moeten opgeven.
Wat betekent dit concreet? Stel, u heeft naast spaargeld ook een kleine beleggingsportefeuille. Dan telt het rendement van beide mee voor de totale opgave. Voor spaargeld is het werkelijk rendement gelijk aan de ontvangen rente. De Belastingdienst berekent dit als de ontvangen rente. Werkelijk rendement kan ook bestaan uit dividend op aandelen. Het is dus belangrijk om te begrijpen dat uw spaargeld niet los staat van uw andere vermogen bij deze opgave.
Waarom moet ik werkelijk rendement box 3 doorgeven?
U moet uw werkelijk rendement in box 3 doorgeven als dit lager is dan het fictieve rendement. Dit kan leiden tot een meer optimale belastingverdeling. Vanaf belastingjaar 2025 kunt u kiezen voor het werkelijk rendement in uw aangifte inkomstenbelasting. Belastingplichtigen met box 3-vermogen boven de heffingsvrije drempel moeten dit lagere werkelijke rendement aantonen bij de Belastingdienst. U stuurt het formulier 'Opgaaf werkelijk rendement' alleen in als dit voordeel oplevert. Ook als u bezwaar maakt tegen uw box 3-inkomen, is het doorgeven van uw werkelijk rendement vereist volgens de Belastingdienst. Dit geldt ook voor belastingplichtigen die aanvullend rechtsherstel box 3 zoeken.