Wat is een realistisch rendement tijdens de pensionering?
Wat is een realistisch rendement tijdens de pensionering?
Tijdens de uitkeringsfase van pensioen is een realistisch jaarlijks rendement lager en stabieler dan in de opbouwfase. De focus verschuift van maximale groei naar kapitaalbehoud en een voorspelbare uitkering. Beleggingsstrategieën worden defensiever, wat betekent dat er minder risico wordt genomen om de schommelingen in de waarde van het pensioenvermogen te minimaliseren. Dit zorgt voor meer zekerheid over de hoogte van de pensioenuitkering.
De realistische inschatting van het rendement tijdens uw pensioen is sterk afhankelijk van uw beleggingsstrategie. Naarmate u dichter bij uw pensioenleeftijd komt en tijdens de uitkeringsfase, wordt een defensievere beleggingsaanpak logischer. Dit komt doordat er minder tijd is om eventuele verliezen te compenseren. Oudere deelnemers kunnen minder risico nemen dan jongere deelnemers, omdat de tijdshorizon korter is.
Veel pensioenregelingen maken gebruik van zogenaamd lifecycle beleggen. Dit is een strategie waarbij de beleggingsmix automatisch verandert naarmate u dichter bij uw pensioenleeftijd komt. De beleggingsmix schuift geleidelijk op van offensief naar defensief. Dit betekent dat de verhouding tussen aandelen en obligaties verandert: er wordt automatisch verschoven van meer aandelen naar meer obligaties naarmate het pensioen nadert. Obligaties worden over het algemeen als minder risicovol beschouwd dan aandelen en bieden daardoor meer stabiliteit, zij het vaak met een lager verwacht rendement.
Binnen pensioenbeleggingen worden verschillende typen rendementen onderscheiden die bijdragen aan de stabiliteit van uw uitkering:
- Beschermingsrendement: Dit is een manier om de pensioenuitkering jaar op jaar zo stabiel mogelijk te houden. Het is extra belangrijk voor mensen die al pensioen ontvangen, omdat het helpt grote schommelingen in het maandelijkse inkomen te voorkomen.
- Overrendement: Dit rendement wordt jaarlijks aangepast in het maandelijks pensioen voor mensen die al pensioen ontvangen. Het is een manier om de risico's voor deelnemers te verdelen via een overrendement- en beschermingsstaffel.
- Biometrisch rendement: Dit type rendement is gebaseerd op de gemiddelde verwachte levensduur van pensioenontvangers. Het kan positief of negatief uitpakken als iedereen naar verwachting korter of langer leeft dan gemiddeld.
Misvatting-correctie: Een veelvoorkomende misvatting is dat men ook tijdens de pensionering moet blijven streven naar het hoogst mogelijke rendement, net als in de opbouwfase. Hoewel beleggen tijdens de uitkeringsfase nog steeds mogelijk is, is het primaire doel verschoven. In de opbouwfase is het doel kapitaalgroei, waarbij hogere risico's genomen kunnen worden. Tijdens de uitkeringsfase ligt de nadruk op het genereren van een stabiel inkomen en het behoud van het resterende kapitaal. Een te hoog risico kan leiden tot ongewenste dalingen in het vermogen, wat de duurzaamheid van de pensioenuitkering in gevaar brengt.
Om het belang van een stabieler rendement te illustreren, bekijken we een hypothetisch rekenvoorbeeld. Stel, u heeft bij de start van uw pensioen een vermogen van €500.000 en u bent van plan om jaarlijks €25.000 op te nemen. De rendementen in dit voorbeeld zijn puur illustratief en geen voorspelling van toekomstige prestaties:
| Jaar | Startsaldo | Rendement stabiel (3%) | Eindsaldo na rendement stabiel | Opname | Nieuw saldo stabiel | Rendement volatiel (jaar 1: -10%, jaar 2: +15%) | Eindsaldo na rendement volatiel | Opname | Nieuw saldo volatiel |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | €500.000 | €15.000 | €515.000 | €25.000 | €490.000 | -€50.000 | €450.000 | €25.000 | €425.000 |
| 2 | €490.000 | €14.700 | €504.700 | €25.000 | €479.700 | €63.750 | €488.750 | €25.000 | €463.750 |
Dit voorbeeld toont aan dat, zelfs als het gemiddelde rendement over twee jaar vergelijkbaar is, een vroege daling in een volatiel scenario (jaar 1) in combinatie met opnames, het pensioenvermogen aanzienlijk sneller kan eroderen. Het saldo na twee jaar is in het stabiele scenario (€479.700) hoger dan in het volatiele scenario (€463.750), wat de duurzaamheid van de pensioenuitkering ten goede komt.