Welke pensioenfondsen staan er slecht voor?
Welke pensioenfondsen staan er slecht voor?
Pensioenfondsen die er financieel zwak voor staan, worden primair gekenmerkt door tegenvallende beleggingsresultaten, wat direct de financiële gezondheid beïnvloedt. Zo behoort het Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) tot de slechtst presterende pensioenbeleggers wereldwijd, gemeten over periodes tot mei 2025. Ook het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) is tot 2025 geclassificeerd als een van de slechtste beleggers onder Nederlandse pensioenfondsen.
De financiële gezondheid van een pensioenfonds wordt in grote mate bepaald door de beleggingsprestaties, die direct de dekkingsgraad beïnvloeden. Een lage of dalende dekkingsgraad kan duiden op een financieel zwakke positie. De genoemde fondsen, PFZW en ABP, zijn voorbeelden van grote Nederlandse pensioenfondsen die in de afgelopen jaren moeite hadden met het behalen van voldoende rendement. Uit onderzoek tot 2025 bleek ABP de slechtste belegger van pensioenfondsen in Nederland, terwijl PFZW zelfs wereldwijd tot de slechtste pensioenbeleggers behoorde over periodes van 5, 10 en 15 jaar tot mei 2025.
Deze trend van matige beleggingsprestaties is niet nieuw. Sinds de kredietcrisis van 2008 presteren pensioenfondsen over het algemeen slecht als gevolg van lage rendementen. Deskundigen, zoals Egbertus Deetman in 2018, stelden al dat pensioenfondsen uitermate slecht presteren. Ook in 2024 werd nog geconstateerd dat grote pensioenfondsen in Nederland geen beste beleggers zijn. Deze aanhoudende ondermaatse prestaties hebben directe gevolgen voor de financiële stabiliteit en de pensioenuitkeringen.
De impact van slechte beleggingsresultaten op de financiële positie van een pensioenfonds kan aanzienlijk zijn. Een pensioenfonds moet voldoende vermogen hebben om de huidige en toekomstige pensioenverplichtingen te kunnen nakomen. Wanneer de beleggingsresultaten tegenvallen, groeit het vermogen minder snel dan verwacht of neemt het zelfs af. Dit zet de dekkingsgraad onder druk. Een dekkingsgraad van onder de vereiste niveaus kan leiden tot ingrijpende maatregelen, zoals het niet kunnen indexeren van pensioenen (waardoor ze minder waard worden door inflatie) of zelfs pensioenkortingen, zoals in 2019 al werd geconstateerd als een niet te vermijden gevolg van een financieel slechte positie.
Rekenvoorbeeld: Impact van beleggingsrendement op pensioenkapitaal
Stel, een pensioenfonds heeft een vermogen van €100 miljard en moet jaarlijks gemiddeld 5% rendement behalen om aan zijn verplichtingen te voldoen en pensioenen te kunnen indexeren. Dit komt neer op een jaarlijkse groei van €5 miljard.
- Scenario 1: Voldoende rendement
Als het fonds 5% rendement behaalt, groeit het vermogen met €5 miljard per jaar. Na 5 jaar zou het vermogen, zonder uitkeringen, gegroeid zijn tot circa €127,6 miljard. Dit stelt het fonds in staat om aan zijn verplichtingen te voldoen en pensioenen te indexeren. - Scenario 2: Slechte beleggingsprestaties
Als het fonds, net als de slechtst presterende fondsen, slechts 2% rendement behaalt, groeit het vermogen met slechts €2 miljard per jaar. Na 5 jaar is het vermogen dan gegroeid tot circa €110,4 miljard. Het verschil met Scenario 1 is €17,2 miljard (€127,6 miljard - €110,4 miljard).
Dit tekort van €17,2 miljard over vijf jaar heeft directe gevolgen. Het pensioenfonds heeft dan €17,2 miljard minder vermogen dan nodig om aan de verwachte verplichtingen te voldoen en de pensioenen te indexeren. Om dit gat te dichten, kan het fonds genoodzaakt zijn om pensioenen minder te verhogen dan de inflatie (indexatieachterstand) of, in extreme gevallen, de pensioenen te verlagen (pensioenkorting). Dit illustreert direct hoe de beleggingsprestaties van een pensioenfonds de financiële zekerheid van miljoenen pensioenen beïnvloeden.