Hoeveel belasting betaal je over vrijkomende lijfrente?
Hoeveel belasting betaal je over vrijkomende lijfrente?
Over vrijkomende lijfrente betaal je inkomstenbelasting in box 1, waarbij het belastingtarief progressief is en kan oplopen tot 49,5% in 2026. De exacte hoeveelheid belasting hangt af van je totale inkomen en of de premies voor de lijfrente eerder zijn afgetrokken. Loonheffing wordt ingehouden op de uitkeringen.
De belasting die je betaalt over een vrijkomende lijfrente wordt bepaald door verschillende factoren. Allereerst telt de lijfrente-uitkering mee als inkomen in box 1 van de inkomstenbelasting. Dit betekent dat het bedrag wordt opgeteld bij je overige inkomsten, zoals AOW, pensioen en eventuele andere bronnen. Omdat Nederland een progressief belastingstelsel kent, kan een hoger totaal jaarinkomen leiden tot een hoger belastingpercentage over (een deel van) je lijfrente-uitkering. Het hoogste tarief kan oplopen tot 49,5%.
Een cruciaal aspect voor de belastingheffing is of de premies die je in het verleden voor de lijfrente hebt betaald, zijn afgetrokken van je inkomen. Volgens de Belastingdienst gelden de volgende principes:
- Periodieke lijfrente-uitkeringen: Worden volledig belast als alle betaalde premies en stortingen in het verleden zijn afgetrokken. Als niet alle premies of stortingen zijn afgetrokken, is de uitkering mogelijk niet volledig belast.
- Afkoopsom van een lijfrente: Als je de lijfrente in één keer laat uitkeren (afkoopt), wordt dit bedrag volledig belast indien alle premies en stortingen zijn afgetrokken. Net als bij periodieke uitkeringen, is de afkoopsom mogelijk niet volledig belast als niet alle premies of stortingen zijn afgetrokken.
In het geval van een fictieve afkoop van een lijfrente, bijvoorbeeld wanneer je niet voldoet aan de voorwaarden voor uitkering, betaal je inkomstenbelasting over de premies of stortingen en het daarover behaalde rendement. Als het totaal aan gestorte premies of stortingen hoger is dan de uitkering, wordt de inkomstenbelasting berekend over het totale gestorte bedrag.
De belasting wordt ingehouden door middel van loonheffing op het moment van uitkering. De uiteindelijke verrekening vindt plaats via je jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met je totale inkomen en de van toepassing zijnde belastingschijven voor 2026.
Rekenvoorbeeld van de impact op belasting:
Stel, je ontvangt in 2026 een jaarlijkse AOW-uitkering van €15.000 en een pensioen van €10.000. Je totale inkomen is dan €25.000. Als je lijfrente vrijkomt en je ontvangt een periodieke uitkering van €8.000 per jaar, dan wordt dit bedrag opgeteld bij je overige inkomsten. Je totale belastbare inkomen wordt dan €33.000. De eerste delen van je inkomen vallen in de laagste belastingschijf, maar de extra €8.000 uit je lijfrente kan ervoor zorgen dat een deel van je inkomen in een hogere schijf valt, waardoor je over dat deel een hoger percentage belasting betaalt. Als je inkomen bijvoorbeeld in de hoogste schijf terechtkomt, betaal je over dat deel van de lijfrente-uitkering het maximale tarief van 49,5%. De precieze schijfgrenzen en tarieven voor 2026 worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld en zijn bepalend voor de exacte belastingdruk.