Kan je verlies maken op obligaties?
Kan je verlies maken op obligaties?
Ja, je kunt zeker verlies maken op obligaties, ondanks hun reputatie als relatief veilige belegging. Hoewel obligaties bij afloop de hoofdsom terugbetalen en periodieke rente bieden, zijn er diverse risico's die tot kapitaalverlies kunnen leiden, met name bij verkoop vóór de vervaldatum of bij insolventie van de uitgevende instelling.
De perceptie dat obligaties altijd veilig zijn, komt voort uit het feit dat ze, in tegenstelling tot aandelen, een vaste inkomstenstroom (couponrente) beloven en de oorspronkelijk geïnvesteerde hoofdsom bij de vervaldatum terugbetalen. Dit geldt echter alleen onder ideale omstandigheden. In de praktijk zijn er verschillende scenario's waarin een obligatiehouder toch verlies kan lijden:
- Insolventierisico van de uitgevende instelling: Dit is het risico dat de partij die de obligatie heeft uitgegeven (een overheid of een bedrijf) failliet gaat. In dat geval kunnen de rente-uitkeringen en/of de terugbetaling van de hoofdsom geheel of gedeeltelijk uitblijven. Dit kan leiden tot een volledig verlies van het geïnvesteerde kapitaal.
- Renterisico en verkoop vóór vervaldatum: De waarde van een obligatie beweegt tegengesteld aan de marktrente. Stijgt de marktrente, dan daalt de koers van bestaande obligaties met een lagere vaste coupon. Als je een obligatie verkoopt vóór de vervaldatum, terwijl de koers is gedaald, lijd je potentieel verlies op je kapitaal. Dit is een veelvoorkomende oorzaak van verlies, vooral in periodes van stijgende rentes.
- Inflatie: Hoewel obligaties de nominale waarde terugbetalen, kan hoge inflatie de koopkracht van dat bedrag uithollen. Je krijgt dan wel je geld terug, maar je kunt er minder mee kopen dan toen je het investeerde. Dit is een vorm van reëel verlies.
De gevoeligheid voor renteschommelingen is niet voor alle obligaties gelijk. Langlopende obligaties zijn aanzienlijk gevoeliger voor renteveranderingen dan middellang lopende obligaties. Zo zijn langlopende obligaties dubbel zo volatiel als middellang lopende obligatiefondsen bij stijgende rentevoeten. Dit betekent dat bij een rentestijging de koers van langlopende obligaties veel harder daalt. Langlopende obligaties worden het zwaarst getroffen door een obligatie-uitverkoop.
Historisch gezien hebben we de impact van renteschommelingen duidelijk gezien. In januari 2022 werd bijvoorbeeld verlies waargenomen op langlopende obligatiefondsen met vaste coupon, als gevolg van stijgende obligatierendementen en hoge inflatie. Ook in 2023 bestond het risico op verdere prijsdalingen indien rentestijgingen zouden doorzetten tot 4-5 procent. Als belegger die zich zorgen maakt over stijgende rentevoeten, worden langlopende obligaties dan ook vaak als een te vermijden categorie beschouwd. Omgekeerd leidde een daling van de rente op obligaties eind 2018 tot begin 2019 tot een stijging van de obligatiewaarden, wat de omgekeerde relatie illustreert.
Het is een misvatting dat obligaties risicovrij zijn. Ze bieden weliswaar meer stabiliteit dan aandelen en de zekerheid van terugbetaling van de hoofdsom bij afloop (mits de uitgevende instelling solvabel blijft), maar ze zijn niet immuun voor marktontwikkelingen. Vooral renterisico en het risico op insolventie kunnen leiden tot aanzienlijk verlies, met name voor beleggers die hun obligaties vóór de vervaldatum moeten verkopen in een ongunstige markt.