Welke ETF's moet ik kopen voor 2025?
Welke ETF's moet ik kopen voor 2025?
Voor 2025 waren diverse ETF's interessant, waarbij de iShares Core MSCI World UCITS ETF de populairste keuze was onder AutoInvest-klanten van Saxo. Hoewel 2025 inmiddels achter ons ligt, blijven de criteria voor een goede ETF consistent. De keuze voor de juiste ETF hangt af van uw persoonlijke beleggingsdoelen, risicobereidheid en de gewenste spreiding.
Bij het selecteren van ETF's, zowel voor 2025 als voor het huidige jaar 2026 en verder, zijn er enkele algemene kenmerken die een ETF aantrekkelijk maken voor de lange termijn. Deze kenmerken helpen u een ETF te kiezen die efficiënt en effectief uw beleggingsdoelen ondersteunt:
- Lage kosten: Een ETF moet zo goedkoop mogelijk zijn, met lage lopende kosten (Fact 7). Dit heeft een directe impact op uw netto rendement.
- Minimale dividendlekkage: Let op ETF's die zo min mogelijk last hebben van dividendlekkage (Fact 8). Dit betekent dat een zo groot mogelijk deel van de uitgekeerde dividenden bij u terechtkomt.
- Fysieke replicatie: De ETF moet de onderliggende aandelen echt in bezit hebben, wat bekend staat als fysieke replicatie (Fact 9). Dit vermindert complexiteit en risico's vergeleken met synthetische replicatie.
- Brede spreiding: Een goede ETF is wereldwijd gespreid (Fact 10), wat het risico vermindert door niet afhankelijk te zijn van één land, sector of bedrijf.
De populariteit van bepaalde ETF's in 2025 en de algemene aanbevelingen voor dat jaar bieden inzicht in diverse beleggingsstrategieën. Hieronder vindt u een overzicht van ETF-typen die in 2025 in trek waren, gekoppeld aan specifieke beleggingsdoelen:
- Wereldwijde, groene en gelijk gewogen spreiding: De iShares Core MSCI World UCITS ETF was in 2025 een favoriet voor beleggers die groen willen beleggen, zonder scheve verhoudingen, en een gelijk gewogen blootstelling aan bedrijven en regio's wereldwijd zoeken (Fact 1, 2). Dit type ETF biedt een solide basis voor een gediversifieerde portefeuille.
- Focus op de Amerikaanse markt en tech: Voor beleggers die zich volledig willen richten op de Amerikaanse markt, met nadruk op tech-reuzen en de financiële sector, en lage lopende kosten waarderen, waren er in 2025 specifieke ETF's beschikbaar (Fact 3).
- Defensietechnologie en cyberveiligheid: Een VanEck ETF bood blootstelling aan toonaangevende defensietechnologiebedrijven, grote cyberveiligheidsbedrijven en aan defensie gerelateerde leveranciers (Fact 4). Dit is interessant voor beleggers die willen inspelen op specifieke sectortrends.
- Investering in de Nederlandse economie: Voor wie breed wilde beleggen in de Nederlandse economie, bood een VanEck ETF toegang tot de 25 meest verhandelde aandelen op de Amsterdamse beurs (Fact 5).
- Inkomen uit dividenden: Beleggers die beleggen voor extra inkomen en zich richten op bedrijven met hoge dividenden uit ontwikkelde markten, vonden een VanEck ETF interessant (Fact 6).
- Brede wereldwijde spreiding voor grotere vermogens: De Amundi Prime All Country World UCITS ETF (WEBG of WEBN) werd in 2025 aanbevolen voor belegde vermogens tot ongeveer €1.000.000, dankzij de brede spreiding (Fact 12).
- Combinatie voor optimale spreiding en lage kosten: Een veelvoorkomende aanbeveling voor wereldwijde spreiding en lage kosten was de combinatie van de Vanguard Total Stock Market ETF (VTI) en de Vanguard Total International Stock ETF (VXUS) (Fact 11).
De impact van lage kosten op uw rendement is aanzienlijk op de lange termijn. Een klein verschil in de jaarlijkse kosten kan over vele jaren uitgroeien tot een groot verschil in uw uiteindelijke vermogen. Hier is een rekenvoorbeeld om dit te illustreren:
Stel, u belegt een bedrag van €10.000. U heeft de keuze tussen twee vergelijkbare ETF's die jaarlijks eenzelfde brutorendement behalen, maar verschillen in kosten:
- ETF A: Jaarlijkse kosten (Total Expense Ratio, TER) van 0,15%.
- ETF B: Jaarlijkse kosten van 0,50%.
Het verschil in kosten is 0,35% per jaar. Dit lijkt klein, maar de invloed is cumulatief:
Jaarlijkse kosten in euro's:
- ETF A: €10.000 0,0015 = €15
- ETF B: €10.000 0,0050 = €50
Het directe verschil in kosten bedraagt €35 per jaar voor een investering van €10.000. Over een periode van 20 jaar, en uitgaande van een gemiddeld jaarlijks brutorendement van 7%, zou het cumulatieve effect van dit kostenverschil aanzienlijk zijn. De €35 extra kosten per jaar bij ETF B verminderen niet alleen uw rendement, maar ook het bedrag waarover in de volgende jaren rendement wordt behaald (rente-op-rente effect). Een ETF met lage kosten, zoals benadrukt in Fact 7, kan zo over de lange termijn duizenden euro's meer opleveren.