Wat is de 3 5 10-regel voor ETFS?
Wat is de 3 5 10-regel voor ETFS?
De 3-5-10-regel voor ETF's is een algemene richtlijn voor beleggers, vooral beginners, die helpt bij het selecteren en samenstellen van een ETF-portfolio. Deze regel adviseert om te beleggen in ETF's met minimaal drie jaar marktgeschiedenis, een maximum van vijf ETF's in de portefeuille aan te houden voor overzicht, en te letten op een minimale omvang van 100 miljoen euro voor de ETF zelf.
Deze richtlijn is opgebouwd uit drie kernpunten, elk gericht op het verminderen van risico's en het behouden van overzicht voor de particuliere belegger:
- De '3': Minimaal drie jaar marktgeschiedenis. Langetermijnbeleggers met een buy-and-hold strategie geven de voorkeur aan ETF's die minimaal drie jaar op de markt zijn (Fact 2). Een bewezen trackrecord over meerdere jaren, inclusief verschillende marktomstandigheden, biedt meer inzicht in de consistentie en betrouwbaarheid van het fonds. Dit verkleint het risico op onverwachte sluiting van het fonds, wat kosten en administratie met zich mee kan brengen.
- De '5': Maximaal vijf ETF's in de portefeuille. Voor beginnende beleggers is het aanbevolen om hooguit in maximaal vijf ETF's te beleggen om het overzicht te behouden (Fact 9, 10, 11, 12). Een te groot aantal ETF's kan leiden tot overmatige complexiteit, hogere transactiekosten en een verminderd inzicht in de daadwerkelijke spreiding van de portefeuille. Wereldportefeuilles kunnen vaak al effectief worden geïmplementeerd met een minimum van drie tot maximaal vijf ETF-producten (Fact 8).
- De '10': Minimaal 100 miljoen euro fondsgrootte. De '10' in deze regel verwijst doorgaans naar een minimale omvang van 100 miljoen euro aan beheerd vermogen (Assets Under Management, AUM) voor de ETF (Fact 2). Fondsen met een aanzienlijk volume zijn doorgaans stabieler en liquider, wat betekent dat ze gemakkelijker te kopen en verkopen zijn zonder grote prijsschommelingen. Een grotere omvang verkleint ook de kans dat een ETF door de aanbieder wordt geliquideerd vanwege onvoldoende rentabiliteit.
Het is belangrijk om de '10' in de 3-5-10-regel niet te verwarren met de UCITS 5/10/40-diversificatieregel (Fact 1). Deze laatste is een wettelijke regelgeving binnen de Europese Unie die van toepassing is op de samenstelling van het ETF zelf, niet op de selectie door de belegger. De UCITS-regel beschermt beleggers tegen concentratierisico's door te stellen dat een fonds maximaal 5% van zijn activa in één enkele activa mag beleggen, en dat activa die meer dan 5% vertegenwoordigen, samen niet meer dan 40% van de fondsactiva mogen uitmaken. Onder bepaalde marktomstandigheden mag een enkele positie flexibel oplopen tot 35% van de Net Asset Value (NAV) van het fonds (Fact 3).
De '5' in de 3-5-10-regel benadrukt het belang van eenvoud en overzicht, vooral voor nieuwe beleggers. Dit betekent niet dat je met slechts één ETF niet gespreid kunt zijn, maar dat een beperkt aantal zorgvuldig gekozen ETF's vaak volstaat voor een brede diversificatie. Hieronder enkele voorbeelden van hoe een ETF-portefeuille kan worden samengesteld:
| Portefeuilleverdeling | Aantal ETF's | Kenmerken |
|---|---|---|
| 40% / 30% / 30% | 3 (Fact 6) | Eenvoudige brede spreiding |
| 35% / 25% / 30% / 10% | 5 (Fact 5) | Gedetailleerdere spreiding over meerdere activaklassen |
| 50% / 40% / 10% | Variabel | Biedt brede spreiding, stabiele waardegroei en inflatiebescherming (Fact 7) |
Het kiezen van eenvoudige en kosteneffectieve beleggingsproducten is een van de vier belangrijke beleggingsregels voor wereldwijde ETF-beleggers (Fact 4). De 3-5-10-regel helpt beleggers om deze principes toe te passen bij het opbouwen van een duurzame en beheersbare ETF-portefeuille.