Hoeveel mag je beleggen zonder belasting?
Hoeveel mag je beleggen zonder belasting?
In 2026 mag u tot € 59.357 belastingvrij beleggen als u geen fiscale partner heeft, volgens de Rijksoverheid. Voor fiscale partners bedraagt dit heffingsvrije vermogen in 2026 € 118.714. Daarnaast geldt er een aparte vrijstelling voor groene beleggingen. In dit artikel leest u meer over deze bedragen en de veranderingen voor groene beleggingen.
Een deel van uw vermogen is belastingvrij; dit noemen we het heffingsvrij vermogen. In 2025 bedroeg het heffingsvrij vermogen € 57.684 voor sparen en beleggen. Voor 2026 is dit bedrag gestegen naar € 59.357 voor een persoon zonder fiscale partner.
Het heffingsvrij vermogen verdubbelt als u het hele jaar een fiscale partner heeft. Was dit in 2025 nog € 115.368, voor 2026 is dat € 118.714. Dit betekent dat u samen meer vermogen belastingvrij kunt aanhouden.
Naast het algemene heffingsvrije vermogen zijn groene beleggingen vrijgesteld van belasting in box 3. In 2025 was de vrijstelling voor groen beleggen € 26.312 voor een alleenstaande, en € 52.624 voor fiscale partners. Deze vrijstelling is in 2026 toegenomen naar € 26.715 voor alleenstaanden en € 53.430 voor partners.
Let op: de vrijstelling voor groene beleggingen in box 3 wordt in 2027 verlaagd naar slechts € 200 voor een persoon zonder fiscale partner, en € 400 met fiscaal partner. Het belastingvoordeel voor groen beleggen vervalt zelfs volledig per 1 januari 2028. Dit maakt groene beleggingen voor de meeste mensen minder aantrekkelijk op lange termijn, puur vanuit fiscaal oogpunt.
Samenvatting
- In 2026 is het heffingsvrije vermogen €59.357 voor een alleenstaande en €118.714 voor fiscale partners, wat betekent dat vermogen tot die bedragen belastingvrij is in box 3.
- Groene beleggingen zijn in 2026 fiscaal vrijgesteld tot ongeveer €26.715 (€53.430 voor partners), maar deze vrijstelling wordt vanaf 2027 sterk beperkt en vervalt volledig in 2028.
- Belasting in box 3 wordt berekend over een fictief rendement op het belastbare vermogen, niet over het werkelijke winst of verlies.
- Het nieuwe box 3-stelsel, gepland voor 2028, zal belasting heffen op werkelijk rendement inclusief rekening houden met verliezen.
- Fiscale partners mogen hun heffingsvrij vermogen samenvoegen, waardoor zij dubbel zoveel vermogen belastingvrij kunnen aanhouden.
Direct antwoord: hoeveel vermogen is belastingvrij?
In 2026 mag u een vermogen van € 59.357 belastingvrij bezitten als u geen fiscale partner heeft. Heeft u wel een fiscale partner, dan is dit bedrag € 118.714. Dit zijn de actuele heffingsvrije vermogensgrenzen voor sparen en beleggen.
Om de ontwikkeling te zien, was in 2024 het heffingsvrij vermogen € 57.000 per persoon, volgens de Belastingdienst. Voor fiscale partners samen was dit in 2024 € 114.000. Dit bedrag steeg naar € 57.684 in 2025 voor een alleenstaande. Vermogen boven deze vrijstellingen wordt belast met vermogensrendementsheffing. Bijvoorbeeld, een vrij vermogen van € 280.000 na woningverkoop wordt gezien als belastbaar vermogen.
Hoe werkt box 3 voor beleggingen en spaargeld?
Box 3 regelt de belasting over uw inkomen uit sparen en beleggen. Het is dus niet zo dat al uw vermogen direct wordt belast; er is een drempel. Box 3 omvat namelijk het concept van heffingsvrij vermogen, zoals de Belastingdienst uitlegt. Dit heffingsvrije vermogen is de grens tot waar u geen belasting betaalt.
Box 3-inkomen ontstaat alleen als uw vermogen boven dit heffingsvrije vermogen uitkomt. Voor 2025 bedraagt de vrijstelling €57.684 per persoon. Voor fiscale partners samen is dit €115.368. De Belastingdienst rekent hierbij met de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen, en een fictief rendement dat jaarlijks wordt aangepast, volgens de Rijksoverheid. Belangrijk om te weten: aftrekbare schulden in box 3 hebben een drempel van €3.800 per persoon, of €7.600 voor fiscale partners. Stel u heeft als alleenstaande een schuld van €3.000; dan mag u deze niet aftrekken, wat invloed heeft op uw belastbaar vermogen.
Welk deel van je vermogen telt mee voor de Belastingdienst?
Voor de Belastingdienst telt vrijwel al uw eigen vermogen mee voor de vermogensbelasting in box 3. Dit omvat meer dan alleen spaargeld. De Belastingdienst baseert de berekening van uw vermogensbelasting in 2025 op het totaal van uw bezittingen, zoals spaargeld, beleggingen, vastgoed zoals een tweede woning, en het saldo op uw lopende betaalrekeningen. Zelfs contant geld dat u thuis bewaart, telde in 2024 mee als vermogen in box 3. Uw vermogen wordt berekend door de waarde van uw bezittingen te verminderen met uw schulden.
Het heffingsvrije vermogen wordt automatisch afgetrokken van dit totaal vermogen door de Belastingdienst. De waarde van uw vermogen wordt vastgesteld op een specifieke peildatum, namelijk 1 januari van het betreffende belastingjaar. Het is dus een brede kijk op al uw bezittingen, niet alleen wat op een spaarrekening staat.
Hoe bereken je de belasting over je beleggingen?
De belasting over uw beleggingen wordt berekend binnen Box 3, de vermogensrendementsheffing. Dit gebeurt niet op basis van uw werkelijke winst of verlies, maar op een fictief rendement dat de Belastingdienst aanneemt dat u maakt over uw vermogen.
De berekening verloopt in de volgende stappen: 1. Vaststellen belastbaar vermogen: Eerst wordt uw totale vermogen op 1 januari van het belastingjaar vastgesteld. Dit omvat al uw bezittingen (zoals spaargeld, beleggingen en een eventuele tweede woning) minus uw schulden. Van dit bedrag trekt de Belastingdienst automatisch het heffingsvrije vermogen af. Voor 2024 is dit bijvoorbeeld €57.000 per persoon. 2. Verdeling van het vermogen: Het resterende vermogen (boven het heffingsvrije deel) wordt verdeeld in twee categorieën: spaargeld en schulden, en overige bezittingen (waaronder uw beleggingen). 3. Fictief rendement berekenen: Over elke categorie wordt een ander fictief rendement berekend. Voor belastingjaar 2024 gold bijvoorbeeld een fictief rendement van 1,03% voor spaargeld en 6,04% voor overige bezittingen (zoals beleggingen). Voor schulden geldt een negatief fictief rendement van 2,46%. 4. Totaal fictief rendement: Deze fictieve rendementen worden bij elkaar opgeteld om het totale fictieve rendement over uw vermogen te bepalen. 5. Belastingtarief toepassen: Over dit totale fictieve rendement betaalt u vervolgens een vast belastingtarief. Voor 2024 bedroeg dit tarief 36%.
U betaalt dus belasting over het rendement dat de Belastingdienst veronderstelt dat u maakt, en niet over de daadwerkelijke winst of verlies uit uw beleggingen. Dit systeem werkt met fictieve rendementen, in tegenstelling tot een vermogensaanwasbelasting die belasting heft over de werkelijke waardestijging. Een vermogensaanwasbelasting is een toekomstige mogelijkheid, maar nog geen realiteit.
Wanneer betaal je geen belasting door heffingsvrij vermogen?
U betaalt geen belasting over uw vermogen in box 3 wanneer uw totale vermogen onder het heffingsvrij vermogen blijft. Het heffingsvrij vermogen is het bedrag waarover geen belasting wordt geheven. Het is het bedrag tot waar geen belasting wordt geheven over het vermogen. Over vermogen tot een bepaalde grens hoeft u geen belasting te betalen. Dit belastingvrije vermogen is een deel van uw vermogen waarover geen belasting betaald hoeft te worden volgens Nederlandse belastingwetgeving.
In 2024 bedroeg dit heffingsvrij vermogen per persoon €57.000. Dit bedrag geldt voor box 3 van de inkomstenbelasting. Dit betekent dat u geen vermogensbelasting betaalt als uw bezittingen min de schulden onder deze grens blijven. Een deel van uw vermogen is hierdoor vrijgesteld van vermogensbelasting. Voor meer details over de actuele bedragen en hoe dit uw belastingvrije beleggingen beïnvloedt, kunt u onze informatie verder verkennen.
Wat verandert er bij een fiscale partner?
Wanneer u een fiscale partner heeft, verdubbelt uw heffingsvrije vermogen voor box 3 belasting. De Belastingdienst beschouwt fiscale partners als verbonden voor geldzaken, wat de gezamenlijke financiële planning beïnvloedt. Zo gold in 2023 voor fiscale partners een heffingsvrij particulier vermogen van €114.000.
U bent een fiscale partner als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft. Ook als u samenwoont, kunt u fiscale partners zijn. Dit is het geval als u allebei meerderjarig bent met een notarieel samenlevingscontract. Of als op het thuisadres een minderjarig kind van één van beiden staat ingeschreven. Het partnerschap geldt ook als u een kind van de ander erkent. Bovendien blijft u fiscale partners als u dat in het voorafgaande jaar al was. Een ondernemer met een fiscale partner kan bijvoorbeeld in aanmerking komen voor de meewerkaftrek. De gebruikelijke samenwerking met een fiscale partner kan ook recht geven op zelfstandigenaftrek.
Hoe zit het met werkelijk rendement en het nieuwe box 3-stelsel?
Het nieuwe box 3-stelsel, gebaseerd op werkelijk rendement, staat gepland voor invoering in belastingjaar 2028. De wet hiervoor moet vóór maart 2026 zijn aangenomen. Dit nieuwe systeem belast u dan over het daadwerkelijk behaalde rendement op uw box 3-bezittingen, niet over een fictief rendement.
Wat telt mee als werkelijk rendement? Dit omvat zowel direct rendement, zoals ontvangen rente, dividend en huur, als indirect rendement. Denk bij indirect rendement aan de waardeontwikkeling van uw aandelen of vastgoed. Een belangrijk aspect van dit toekomstige stelsel is dat het ook mogelijk maakt om negatief werkelijk rendement in aanmerking te nemen. Dit betekent dat u niet betaalt over verlies.
Oorspronkelijk waren er verschillende plannen voor de ingangsdatum. Zo zou het nieuwe stelsel volgens eerdere voorstellen al vanaf 2025 of 2026 in werking moeten treden, of per 1 januari 2027 volgens de Voorjaarsnota 2023. De verschuiving naar 2028 geeft de wetgever meer tijd om het systeem goed te definiëren. Voor beleggers die te maken krijgen met wisselende marktprestaties — bijvoorbeeld iemand wiens aandelenportefeuille in waarde daalt — biedt dit straks een realistischer beeld van de belasting.
Veelgestelde vragen
Hoeveel belasting betaal je over 100.000 euro winst?
Over 100.000 euro winst betaal je in Nederland belasting in twee fasen, mits de winst wordt behaald door een Besloten Vennootschap (BV) en vervolgens als dividend wordt uitgekeerd aan de Directeur-Grootaandeelhouder (DGA). Dit wordt ook wel de 'box 2-heffing' genoemd.
1. Vennootschapsbelasting (Vpb)
De eerste belasting die een BV betaalt over haar winst is de vennootschapsbelasting.
- In 2024 en 2025 geldt een tarief van 19% voor winsten tot €200.000.
- Voor winsten boven €200.000 geldt een tarief van 25,8%.
Voor een winst van €100.000 betaalt de BV dus 19% vennootschapsbelasting:
- €100.000 (winst) 19% = €19.000 Vpb.
- De winst die overblijft na Vpb is €100.000 - €19.000 = €81.000.
2. Inkomstenbelasting in Box 2 (bij uitkering als dividend)
Als de resterende winst van €81.000 als dividend wordt uitgekeerd aan de DGA, betaalt de DGA hierover inkomstenbelasting in Box 2. De BV houdt hierbij 15% dividendbelasting in, wat een voorheffing is op de uiteindelijke Box 2-heffing.
De tarieven in Box 2 voor 2024 zijn:
- 24,5% over de eerste €67.000 aan Box 2-inkomen.
- 33% over het Box 2-inkomen boven €67.000.
Voor een dividenduitkering van €81.000 is de Box 2-belasting:
- Over de eerste €67.000: €67.000 24,5% = €16.415.
- Over het restant (€81.000 - €67.000 = €14.000): €14.000 33% = €4.620.
- Totale Box 2-belasting = €16.415 + €4.620 = €21.035.
De DGA ontvangt netto: €81.000 (dividend) - €21.035 (Box 2 belasting) = €59.965.
Samenvattend:
Van de oorspronkelijke €100.000 winst blijft na aftrek van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting in Box 2 (bij volledige uitkering als dividend) netto €59.965 over voor de DGA. De totale belastingdruk bedraagt dan €19.000 (Vpb) + €21.035 (Box 2) = €40.035, wat neerkomt op een effectief tarief van 40,035% over de winst van €100.000.
Hoeveel geld mag je belastingvrij op je rekening hebben op 1 januari 2026?
Op 1 januari 2026 mag een alleenstaande € 59.357 belastingvrij op zijn rekening hebben. Dit bedrag is vastgesteld als de belastingvrije grens voor spaargeld per persoon. Het staat ook bekend als het heffingsvrij vermogen voor een alleenstaande, en dit komt neer op € 59.357. Voor fiscale partners samen is het heffingsvrij vermogen € 118.714. Deze grens van € 118.714 is ook de belastingvrije grens voor spaargeld voor fiscale partners. Het heffingsvrij vermogen van € 118.714 geldt specifiek voor partners. Spaargeld onder dit heffingsvrij vermogen is op de peildatum van 1 januari 2026 niet belast in box 3.
Hoeveel geld mag je op je spaarrekening hebben zonder belasting te betalen?
Op uw spaarrekening mag u een deel van uw vermogen belastingvrij aanhouden. In 2024 gold een heffingsvrije grens van €57.684 voor individuele personen. Komt uw spaartegoed op een gewone spaarrekening boven deze grens uit, dan is het belastingplichtig. Als u echter alleen spaargeld heeft, betaalt u effectief geen belasting tot circa €440.000. Deze belastingvrijstelling voor spaargeld geldt sinds 2022. De Belastingdienst kan deze grens met extra vrijstellingen verhogen. Sparen zonder belasting betalen is toegestaan zolang uw spaargeld onder de heffingsvrije grens blijft. Voor banksparen in Box 1 gold vanaf 2013 een maximale belastingvrije spaarruimte van €36.600.
Telt spaargeld mee als vermogen voor box 3?
Ja, spaargeld telt mee als vermogen voor box 3. Eigen vermogen in box 3 kan bestaan uit spaargeld. Het inkomen uit vermogen dat belast wordt in box 3 omvat spaargeld, naast beleggingen. Uw box 3-vermogen bestaat uit zowel spaartegoeden als beleggingen, waarbij het totaal van bank- en spaardeposito's hieronder vallen. Ook eigen vermogen zoals aandelen en vastgoed tellen mee. Een tweede woning en eventuele schulden worden ook meegerekend. Het belastingvrije vermogen in box 3 omvat ook spaargeld, wat betekent dat een deel van uw spaargeld niet belast wordt. Dit is essentieel als u wilt bepalen hoeveel u mag beleggen zonder belasting, omdat spaargeld en beleggingen samen uw totale vermogen vormen.
Moet je je vermogen zelf doorgeven aan de Belastingdienst?
Ja, je moet je vermogen zelf doorgeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst vereist dat particulieren beleggingsvermogen opgeven als vermogen. Vermogen is de totale waarde van alles wat je bezit, na aftrek van eventuele schulden. Het omvat bezit aan geld, goederen, rechten en vorderingen. Dit wordt berekend als het saldo van al je bezittingen minus je schulden. Denk hierbij aan geld op spaar- en betaalrekeningen, aandelen, obligaties en onroerend goed. Ook andere activa en zelfs spullen die je bezit, tellen mee.