Hoeveel vermogensbelasting betaal je over aandelen?
Hoeveel vermogensbelasting betaal je over aandelen?
Over aandelen betaal je in Nederland vermogensbelasting in box 3 van de inkomstenbelasting. Deze belasting wordt berekend over een fictief rendement op je vermogen dat boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Voor het jaar 2026 bedraagt het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon, of € 118.714 voor fiscale partners.
Aandelen vallen, net als spaargeld en andere beleggingen, onder het vermogen in box 3. De Belastingdienst berekent de belasting in box 3 niet over de werkelijke opbrengsten, zoals dividend of koerswinst, maar over een verondersteld (fictief) rendement op je vermogen. Dit systeem is gebaseerd op de methode van het fictief rendement.
De vermogensbelasting in box 3 wordt alleen betaald over het deel van je vermogen dat boven het heffingsvrij vermogen uitkomt. Dit heffingsvrij vermogen is een drempelbedrag waarover je geen belasting betaalt. Voor 2026 is dit bedrag vastgesteld op € 59.357 per belastingplichtige. Voor fiscale partners geldt een gezamenlijk heffingsvrij vermogen van € 118.714. Ter vergelijking: in 2025 bedroeg het heffingsvrij vermogen nog € 57.684 per persoon.
De berekening van de vermogensbelasting in box 3 volgt de volgende stappen:
- Stap 1: Bepaal de waarde van je vermogen. Dit is de totale waarde van je bezittingen (zoals aandelen, spaargeld en onroerend goed dat niet je eigen woning is) min je schulden op 1 januari van het belastingjaar.
- Stap 2: Trek het heffingsvrij vermogen af. Het bedrag dat overblijft, is de 'grondslag sparen en beleggen'.
- Stap 3: Bereken het fictief rendement. Over deze grondslag berekent de Belastingdienst een fictief rendement. Hierbij worden verschillende percentages gehanteerd voor spaargeld en beleggingen. De precieze percentages voor het fictief rendement en het uiteindelijke belastingtarief worden jaarlijks door de Belastingdienst vastgesteld en zijn niet in de beschikbare feiten opgenomen.
- Stap 4: Pas het belastingtarief toe. Het berekende fictieve rendement wordt vervolgens belast met één vast percentage.
Rekenvoorbeeld voor de grondslag sparen en beleggen (2026)
Stel, je bent alleenstaand en je totale vermogen op 1 januari 2026 bedraagt € 150.000, waarvan een groot deel in aandelen zit. Het heffingsvrij vermogen voor 2026 is € 59.357. De berekening van de grondslag sparen en beleggen is dan als volgt:
- Totaal vermogen: € 150.000
- Min heffingsvrij vermogen: € 59.357
- Grondslag sparen en beleggen: € 90.643
Over deze € 90.643 wordt vervolgens een fictief rendement berekend, waarbij de Belastingdienst verschillende percentages hanteert voor de verschillende vermogenscategorieën (sparen en beleggen). Het berekende fictieve rendement wordt vervolgens belast met het vastgestelde box 3-tarief. De specifieke percentages voor het fictief rendement en het belastingtarief zijn niet in deze feitenlijst opgenomen en worden jaarlijks door de Belastingdienst bekendgemaakt.
De berekening van de vermogensbelasting in box 3 is in de afgelopen jaren complexer geworden. De Belastingdienst hanteerde in het verleden verschillende methodes, waaronder een 'oude methode' en een 'nieuwe methode' (de spaarvariant). Indien meerdere berekeningsmethodes van toepassing zijn voor een belastingplichtige, gebruikt de Belastingdienst de voor jou voordeligste berekening. Het te betalen belastingbedrag wordt uiteindelijk door de Belastingdienst berekend bij de aangifte inkomstenbelasting.