Hoeveel belegt de gemiddelde Nederlander?
Hoeveel belegt de gemiddelde Nederlander?
De gemiddelde Nederlander belegt geen vast bedrag, maar de maandelijkse inleg varieert sterk per persoon en beleggingsvorm. Leden van doorsnee Nederlandse beleggingsverenigingen storten maandelijks gemiddeld 22 euro. Dit bedrag is een concrete inleg van een specifieke groep actieve beleggers in Nederland, wat een beeld geeft van de mogelijkheid om met kleinere bedragen te starten.
Het concept van 'de gemiddelde Nederlander' en 'beleggen' is gelaagd, omdat het verschillende vormen van vermogensopbouw omvat en de inleg sterk kan verschillen per individu. De genoemde 22 euro per maand is een gemiddelde inleg binnen actieve beleggingsverenigingen. Dit zijn vaak groepen die gezamenlijk beleggen en leren, en de drempel om te starten relatief laag houden.
Een ander perspectief op de benodigde inleg komt uit metingen van vóór maart 2023, waarbij Nederlandse mannelijke beleggers de benodigde maandelijkse inleg voor beleggen gemiddeld inschatten op 1331 euro. Deze grote discrepantie tussen een daadwerkelijke inleg van 22 euro en een geschatte benodigde inleg van 1331 euro toont een veelvoorkomende misvatting. Veel mensen denken ten onrechte dat beleggen alleen mogelijk is met grote bedragen. De praktijk laat zien dat starten met kleinere, regelmatige bedragen wel degelijk kan, zoals de beleggingsverenigingen aantonen.
Naast directe beleggingen, vormt de pensioenspaarpot van de gemiddelde werkende Nederlander een van de grootste investeringen, vaak naast de aankoop van een huis. Deze vorm van passieve vermogensopbouw via pensioen draagt bij aan het feit dat het gemiddelde bedrag dat Nederlandse huishoudens direct beleggen over het algemeen lager ligt dan in andere Europese landen (cijfers van 2025). Het Nederlandse pensioenstelsel zorgt voor een aanzienlijke, zij het indirecte, belegging voor de meeste werknemers.
Uit gegevens van recente jaren vóór 2020 blijkt dat de bovenste helft van de Nederlandse bevolking een deel van hun inkomen spaart of belegt. Dit duidt op een bredere betrokkenheid bij vermogensopbouw dan alleen de actieve beleggers in verenigingen, hoewel de omvang van deze beleggingen sterk varieert.
Om de impact van verschillende inlegbedragen te illustreren, nemen we een voorbeeld van maandelijkse stortingen over één jaar:
- Kleine, regelmatige inleg: Bij een maandelijkse inleg van 22 euro (zoals bij beleggingsverenigingen), bedraagt de totale inleg na twaalf maanden 264 euro (€22 x 12).
- Geschatte benodigde inleg: Bij een maandelijkse inleg van 1331 euro (zoals geschat door mannelijke beleggers vóór maart 2023), bedraagt de totale inleg na twaalf maanden 15.972 euro (€1331 x 12).
Dit voorbeeld toont de aanzienlijke verschillen in de omvang van de inleg die mogelijk is, afhankelijk van de financiële ruimte en beleggingsdoelen.
De manier waarop Nederlanders beleggen, kan in verschillende categorieën worden onderverdeeld:
- Actieve directe beleggingen: Dit omvat het zelf kopen van aandelen, obligaties of fondsen, vaak via een broker. De maandelijkse inleg kan variëren van enkele tientjes, zoals de 22 euro bij beleggingsverenigingen, tot duizenden euro's.
- Passieve vermogensopbouw via pensioen: Voor veel werkende Nederlanders is de pensioenopbouw via de werkgever de grootste vorm van 'beleggen'. Hoewel dit vaak niet als directe belegging wordt ervaren, draagt het bij aan een aanzienlijk vermogen voor later.
- Sparen met een beleggingscomponent: Sommige spaarproducten bieden een koppeling met beleggingen, waarbij een deel van de inleg wordt geïnvesteerd, vaak met een lager risico dan directe beleggingen.